Marathon rond de keukentafel

7 oktober 2026

door Guus Mater

Er zijn er meer die de marathon van Boston twee keer achtereen hebben gewonnen. Drie keer komt ook voor.  De Amerikaan Bill Rodgers is waarschijnlijk wel de bekendste. Maar er is maar één Belg die in de oudste stadsmarathon twee keer achtereen zegevierde. Zijn naam is Aureel Vandendriessche. Nederlanders zijn op die lijst van winnaars niet te vinden. Met het oog op de najaarsmarathons, even aandacht voor een bijna vergeten fenomeen.

Op de recent verschenen top-honderd van de Belgische atletiek (zie baan-atletiek, 4 oktober 2026) bezet Vandendriessche de zestiende plaats. Maar het is niet zo gek om de drie jaar geleden op 91-jarige leeftijd overleden atleet uit Anzegem te betitelen als een van de aartsvaders van het Belgische hardlopen, naast Gaston Reiff, Roger Moens en Gaston Roelants, die als nummer één te boek is gesteld.

 

 

Uit het boek 'De Top 100 Atletiek in België (mannen)'

35 kilometer vóór het ontbijt

Vandendriessche, geboren in 1932, was loopgek. Hij stond om vier uur op om te gaan lopen, liep in de middagpauze en liep in de avonduren nadat hij van zijn werk op een spinnerij in Ruien naar huis had gefietst. Die duurloop vóór het ontbijt was al 35 kilometer. Na bemiddeling van de atletiekfederatie kreeg hij werk als conciërge van een school.

Als het sneeuwde of glad was, bleef hij thuis. Dan liep hij gerust anderhalf uur rond de keukentafel. ‘Ik droeg er wel zorg voor geregeld van richting te veranderen,’ vertelde hij in 2008 aan Ivan Sonck. ‘Comfortabel is anders, maar alla.’ Zijn vrouw Lea, dit jaar overleden,  was trots en vertederd, maar moet er weleens tureluurs van zijn geworden. ‘Dat de keuken wel eens als oefenterrein diende, kreeg ik pas na verloop van tijd in de gaten.’

 

Olympisch drie keer niks

Drie keer, in 1956, 1960 en 1964 deed hij mee aan de olympische marathon. Het was drie keer niks. Een verzorger reikte hem pillen aan die hij niet elke tien kilometer nam, maar hup in enen. Een begeleidende dokter stond niet op de afgesproken plek. En in de aanloop naar Tokio was hij geblesseerd geweest.

Beter verging het hem bij Europese kampioenschappen. In 1962 (Belgrado) en 1966 (Boedapest) ging hij met de tweede plaats naar huis. Vandendriessche beleefde zijn finest hour echter in Boston 1963: tegenstanders olympisch kampioen Abebe Bikila en Mamo Wolde, vijf jaar later winnaar van olympisch goud. ‘Ik kende een formidabele dag. Drie mijl voor de finish liep ik weg van Wolde, hij verloor twaalf minuten. Twee mijl voor het einde liet ik ook Bikila achter, hij verloor nog zes minuten.’ Een jaar later won hij opnieuw. In 1965 kwam Vandendriessche in Boston tot zijn beste tijd op de marathon: 2.17.44, hij werd toen vierde.

 

Klimmetjes

In eigen land liep Vandendriessche vaak op een vlak parcours. Kleine uitzondering: tijdens de middagpauze op zijn werk liep hij de Kluisberg op en af. De marathon van Boston bevat vier klimmetjes, de Newton Hills, waarvan de vierde de venijnigste is. Heartbreak Hill heet het zevenhonderd meter lange stuk dat opdoemt als de lopers al 32 kilometer hebben afgelegd. Om die reden komen supersnelle tijden in Boston eigenlijk niet voor. En als atleet van het platte Vlaamse land zou hij daarom nog een extra onderscheiding postuum moeten krijgen voor die twee zeges.