Dubbel-interview polsstokhoogspringen

Met toptalenten Marijn Kieft en Elise de Jong

18 maart 2026

door Bert Vreeswijk

foto’s Erik van Leeuwen

 

In deze aflevering van In the spotlight hebben we gekozen voor een dubbelinterview met twee zeer getalenteerde polsstokatletes:  Marijn Kieft (19) van AAV’36, Alphen a/d Rijn en Elise de Jong (19) van het Rotterdamse PAC.                                                                                                              In de eerste plaats willen wij beide atletes nog van harte feliciteren.  Marijn met haar nieuwe Nederlandse indoorrecord (4.60 m.), gevestigd in januari te Zoetermeer tijdens het Klaverblad Internationaal Polsstokgala. En Elise met haar eervolle uitverkiezing in Rotterdam tot ‘Sporttalent van het jaar 2025’. Elise kreeg deze prestigieuze Award toegekend voor het behalen van de Europese polsstokhoogtitel U20, in het Finse Tampere – en voor haar inmiddels (ex) Nederlandse outdoorrecord (4.50 m.) U20, al vroeg in het seizoen gevestigd in Vught.

Marijn en Elise, die het inmiddels als trainingsmaatjes goed met elkaar kunnen vinden, kwamen elkaar voor het eerst tegen tijdens de jeugd C-Spelen (15-16 jaar) in 2021 en duelleerden toen al om het goud en zilver bij polsstokhoogspringen. Marijn trok in dat prille jeugdduel aan het langste eind terwijl Elise genoegen moest nemen met het zilver (overigens sprongen beiden toen even hoog: 3.30 m.). Maar in de jaren daarna zou het verschillende keren stuivertje wisselen worden om de winst.

Elise (r) en Marijn (l) piekten beiden in 2025 tijdens het EK U20 in het Finse Tampere en wonnen respectievelijk goud en zilver


Gestart in de meerkamp

Marijn en Elise startten hun atletiekcarrière als pupil. En zoals dat in Nederland gewoonlijk gaat, werd ook voor de twee jonge meiden via de meerkamp de basis gelegd. Die ging hen overigens goed af (zie beste prestaties). Met name Marijn wist verschillende indoormeerkamptitels op haar naam te schrijven en ook de zevenkamp ging haar goed af, met in 2024 zelfs een gouden plak U20. (zie profiel). Uiteindelijk werd door beide atletes de keuze gemaakt om zich verder toe te leggen op de polsstokdiscipline. Sterker nog, Marijn en Elise werden en zijn inmiddels ook trainingsmaatjes geworden onder de bezielende leiding van hun coach Alex van Zutphen.

                           

Wat er tot nu toe aan vooraf ging

Sinds Marijn en Elise trainingsmaatjes zijn geworden maken ze elkaar steeds beter. Dat bleek wel de laatste jaren. Tijdens het NK polshoog indoor U20 in 2024 was het eerst Marijn die de titel voor zich opeiste, maar Elise ging er op het NK U20 outdoor met de buit vandoor. In 2025 was het Marijn die zowel de indoor- als outdoor polsstok NK titel greep, voor Elise.

Nadat Elise in 2025 het Nederlands outdoorrecord U20 al vroeg in het seizoen in Vught op 4.50 m. wist te brengen en later dat record evenaarde in Lisse en Tampere, kon ze daar maar kort van genieten. Marijn overtroefde Elise enkele maanden later op het NK in Hengelo met 1 centimeter en bracht het nationaal record U20 op 4.51 m. en pakte meteen ook de nationale titels, bij zowel U20 als de senioren.

Elise evenaarde in Lisse opnieuw haar Nederlandse record U20 met een sprong over 4.50m., nadat ze dat al eerder deed vroeg in het seizoen in Vught 2025

Marijn tackelde enige tijd later in Hengelo het Nederlandse record U20 van Elise met 1 centimeter en bracht het op 4.51 m

 

The battle goes on

En nog was de ‘battle’ niet afgelopen! Want Elise piekte op het juiste moment en zette de kroon op haar werk door in 2025 in het Finse Tampere de Europese titel U20 te grijpen met 4.50 m., terwijl Marijn dit keer met een sprong over 4.40 m. genoegen moest nemen met het zilver. Vroeg in januari sloeg Marijn op haar beurt hard toe en verbeterde tijdens het Klaverblad Internationaal Polsstokgala in Zoetermeer het inmiddels 5 jaar oude indoor-record van Femke Pluim met 8 cm. en bracht het op een prachtig nieuw Nederlands record van 4.60 m. Wat overigens ook 5 cm hoger was dan het outdoorrecord van Femke (4.55 m), dus dat belooft wat voor het baanseizoen in 2026.

 Elise (l) en Marijn (r) springen van vreugde, samen met de Tsjechische winnares van het brons, na het behalen van goud en zilver in de steeplebak tijdens het EK U20 in het Finse Tampere

Marijn springt tijdens het Klaverblad Internationaal Polsstokgala 2025 in Zoetermeer met een sprong over 4.60 m. het nationaal indoorrecord van Femke Pluim (4.52 m.) uit de recordboeken

 

Femke Pluim was een groot voorbeeld voor de jeugd

In de jaren 2015 tot 2022 heerste Femke Pluim ** bij de dames op het polsstokonderdeel in Nederland. In 2015 bracht ze het Nederlands polsstok indoorrecord op 4.45 m. Datzelfde jaar verbeterde Femke in Amsterdam ook het outdoorrecord tot een fraaie hoogte van 4.55 m. en met beide records pakte ze ook de nationale titels. In 2016 ging het indoorrecord naar 4.50 m. (Gent en NK Apeldoorn).

 

‘Als je niet naar het verleden kijkt, is wat je vandaag presteert  morgen ook niet meer belangrijk’

Bert Vreeswijk

                                

Langdurige voetblessure   

Daarna stokte de prestatie-ontwikkeling van Femke (o.a. geplaagd door een langdurige voetblessure). Het duurde vervolgens tot 2021 alvorens ze haar eigen indoorrecord via 4.51 m. (Bordeaux) en twee weken later in Tourcoing uiteindelijk nog naar een hoogte van 4.52 m. wist op te schroeven. Femke Pluim was een atlete pur sang en een voorbeeld voor velen jonge atleten, en waarschijnlijk dus ook voor Marijn en Elise. Femke behaalde 10 nationale titels in haar carrière, zowel indoor als outdoor, en stond 15 keer op het podium tijdens nationale kampioenschappen indoor en outdoor.

Ze kwalificeerde zich bovendien in 2015 voor de wereldkampioenschappen in Beijing en een jaar later in 2016 nam ze deel aan de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. Voorwaar een prachtige carrière.

Saillant detail is dat Alex van Zutphen ook nog lange tijd de coach en inspirator was van Femke Pluim, die in haar laatste actieve jaren op Nationaal Sportcentrum Papendal verder trainde onder leiding van bondscoach (en ex-toppolsstokhoogspringer) Robbert-Jan-Jansen.

 

Elise springt tijdens een landenwedstrijd in Spanje voor het het Spaanse paleis op fraaiewijze over de lat

Coach Alex van Zutphen (rechts op de foto) geeft zijn mentale steun aan Marijn tijdens een wedstrijd

 

De toekomst

Anno 2026 staat er met Marijn Kieft en Elise de Jong een nieuwe talentvolle generatie polsstokhoogspringsters klaar. Wij zijn benieuwd waartoe deze twee in de nabije toekomst nog meer toe in staat zullen zijn. Wij zochten contact en legden hen een aantal vragen voor.

 

Hoe oud waren jullie toen je op atletiek ging en hoe kwamen jullie tot die keuze?

Marijn:

Ik was 7 jaar toen ik begon met atletiek. Ik wilde graag op atletiek omdat mijn broer er op op zat. Ik zat op dat moment al ruim een jaar op paardrijden. Daar ben ik op mijn 11e jaar mee gestopt omdat ik atletiek leuker vond.’

Elise:

‘Ik was 9 jaar oud (A1 pupil) toen ik begon met atletiek. Ik zat toen nog op turnen, maar mijn ouders vonden het slim als ik ook een andere sport zou proberen. Ik vond rennen op zich wel leuk, dus deed een proefles atletiek en dat vond ik erg leuk. Ik heb 2 jaar turnen en atletiek gecombineerd, maar uiteindelijk heb ik voor atletiek gekozen.’             

                                                                                                 

Hoe oud waren jullie toen je voor het eerst een polsstok in je handen kreeg? Wie stimuleerde je daarin en vond je het polsstokspringen in het begin erg spannend?

Marijn:

‘Ik weet nog dat ik vroeger altijd zei dat ik nooit van mijn leven polsstok wilde gaan doen, omdat het er zo eng uit zag. Ik weet ook nog dat mijn moeder heel lang geleden een keer zei dat ze dacht dat ik dat wel zou kunnen. En ze heeft gelijk gehad, dat blijkt dus! Op mijn 13e begon ik uiteindelijk met polsstok, mijn coach Alex van Zutphen heeft mij ervan overtuigd om het een keer te gaan proberen. Ik vond het eigenlijk helemaal niet eng in het begin, maar dat kwam natuurlijk ook omdat ik toen nog niet zo hoog kwam.’

Elise:

‘In de zomer voordat ik de overstap maakte van A2 pupil naar D- junior werden er een aantal proeftrainingen polsstok georganiseerd. Toen had ik voor het eerst een polsstok in mijn handen. Ze keken wie er aanleg voor had, en die mensen werden dan uitgenodigd om vanaf de D-junioren mee te doen met de specialisatietraining. Ik weet nog dat ik heel erg hoopte dat ik uitgekozen zou worden, want ik vond die proeftrainingen heel erg leuk. Ik vond het eigenlijk helemaal niet spannend, ik was wel wat enge dingen gewend van het turnen.’

 

Waren jullie op de basisschool ook al zo sportief aangelegd of kregen jullie dat sportieve van je ouders mee?

Marijn:

Op de basisschool deed ik vaak mee met de jongens bij voetbal of andere spelen. Ik heb altijd wedstrijdjes al erg leuk gevonden en ik wil dan ook altijd winnen. Mijn ouders zijn beiden sportief. Mijn moeder tennist veel en gaat naar de sportschool en mijn vader doet een paar keer per week aan aan hardlopen. Mijn aanleg voor atletiek heb ik niet echt perse van mijn ouders mee gekregen.’

Elise:

‘Ik denk dat ik het deels van mijn ouders mee heb gekregen, die waren vroeger en zijn nu eigenlijk ook nog erg sportief. Zij hebben ons, ook mijn zusje en broertje, van kleins af aan gestimuleerd om te sporten. Op de basisschool vond ik gym wel een leuk vak, hoewel ik in balsporten niet zo goed ben. Ik vond het leuk om lekker te bewegen.’

 

Wat waren jullie eerste wedstrijdervaringen met de polsstok en wanneer besloten jullie allebei hier serieus mee verder te gaan?

Marijn:

Toen ik begon met polsstokhoogspringen zaten we midden in de coronacrisis. Hierdoor waren er niet veel wedstrijden en zijn er ook perioden geweest waarin we aangepast moesten trainen. Mijn eerste wedstrijden waren ook gewoon bij mijn vereniging AAV’36 tijdens de coronaperiode. Ik ben polsstokspringen gewoon lekker naast de meerkamp erbij blijven doen. Sinds vorig jaar focus ik mij alleen nog maar op polsstok. Maar ik train af en toe nog wat andere onderdelen voor de lol. Omdat het voor mij ook best goed ging op de meerkamp en de afwisseling wel erg leuk was, ben ik mij pas zo laat gaan specialiseren in het polsstokspringen.’

Elise:

‘Mijn eerste polsstokwedstrijd was in 2017, toen sprong ik 1,60 m., ik kan me daar eigenlijk niet heel veel meer van herinneren. Wat ik nog wel goed weet is dat ik in datzelfde jaar tijdens mijn eerste D-spelen mijn aanvangshoogte had gemist toen er maar 3 deelnemers meededen. Ik heb nooit een moment gehad waarop ik heb besloten om serieus verder te gaan met polsstokhoogspringen, dit is gewoon zo gelopen.’

 

Als je jullie mooie prestatieontwikkeling ziet, hoe kijken jullie daar zelf dan naar? Had je ooit verwacht zo hoog te kunnen springen als je nu al doet? En Marijn, heeft Femke Pluim je al gefeliciteerd met je nieuwe Nederlandse indoorrecord?

Marijn:

Ik heb altijd wel als doel gehad om bij de top van de wereld te behoren. Ik had alleen van tevoren nooit kunnen bedenken dat ik nu al 4.60 m. zou kunnen springen. Als je dat een paar jaar geleden aan mij had verteld, had ik je echt voor gek verklaard. Femke heeft op Instagram een bericht geplaatst waarin ze een soort van afscheid neemt van het record en mij daarin heeft gefeliciteerd. Maar ook heeft ze dat persoonlijk gedaan en dat vond ik een mooi gebaar van haar.’

Elise:

‘Nee, als je mij een paar jaar geleden had verteld dat ik nu 4.50 m. zou springen, had ik dat denk ik niet geloofd. Afgelopen 3 jaar ben ik enorm vooruit gegaan, daar heb ik mijzelf in verbaasd. Ik hoopte een paar jaar geleden dat ik überhaupt ooit mee zou mogen doen met een internationaal toernooi, en nu heb ik er al 2 mogen doen!’

 

Het is eigenlijk heel mooi om te zien dat jullie in een individuele sport, zoals het polsstokhoogspringen is, een sportieve strijd op het scherpst van de snede strijd leveren, maar elkaar ook helpen en samen trainen en elkaar het succes gunnen en respect voor elkaar hebben. Hoe beleven jullie dat zelf gevoelsmatig?

Marijn:

Het is heel erg leuk dat we niet alleen concurrenten van elkaar zijn, maar ook trainingsmaatjes. Het is gezellig op trainingen en het is wel fijn als we wedstrijden hebben in het buitenland bijvoorbeeld, dat we daar samen heen kunnen. We pushen elkaar ook weer om steeds hoger te springen en ik denk dat dat ons zeker helpt.’

Elise:

‘Ik vind het erg leuk om samen te trainen, ik word hierdoor niet alleen in wedstrijden maar ook tijdens trainingen gemotiveerd om alles eruit te halen. Het is sowieso fijn om te trainen met mensen die het sporten ook serieus nemen. Soms is het ook lastig, maar ook daar leer je weer van.’

 

Jullie zijn goede jeugdmeerkampsters geweest en hebben uiteindelijk toch besloten om je te specialiseren voor het polsstokhoogspringen, wat gaf daarin de doorslag?

Marijn:

Ik begon inderdaad met de meerkamp. Ik heb dat altijd best wel leuk gevonden behalve de 800 meter en kogelstoten. Uiteindelijk ben ik gestopt met de meerkamp, omdat het veel tijd kost om ook nog op alle meerkamponderdelen goed te trainen. Nu ik gestopt ben met de meerkamp steek ik veel meer energie en tijd in polsstokgerichte trainingen. Ook vind ik het wel leuk om af en toe ook nog wat andere onderdelen te trainen.’

Elise:

‘Ik merkte dat ik de meerkamp steeds wat minder leuk begon te vinden, dat kwam vooral door de werponderdelen en het verspringen. Polsstok ging erg goed en ik merkte dat ik dat ook gewoon leuker vond. Mijn focus is heel geleidelijk naar het polsstokspringen verschoven.’                                      

 

Wanneer en waarom besloten jullie om trainingsmaatjes te worden en in hoeverre heeft Alex van Zutphen daar zijn invloed op gehad? Want hij maakt met zijn passie voor de atletiek heel wat los bij zijn atleten heb ik zo de indruk. Wat doet Alex zo goed? Ik heb ook begrepen dat atletiekclub AAV’36 een bijzonder gezellige club is?

Marijn:

Elise trainde eerst bij PAC in Rotterdam. Ze trainde daar ook af en toe bij Alex, toen hij daar nog training gaf. Ik weet niet precies meer hoe het is gegaan, maar via Alex is ze toen in onze groep komen trainen. We hebben bij AAV’36 een gezellige groep waarin we trainen, dat helpt ons ook weer om nog meer plezier uit de trainingen te halen. En als Alex ervan overtuigd is dat iemand talent heeft of goed kan worden, dan gaat hij er helemaal voor. Bovendien heeft hij veel voor ons over en doet erg zijn best om het beste uit ieder van ons te halen.’

Elise:

‘Ik was al trainingslid bij AAV ‘36 voor de meerkamp en trainde dus al deels bij Alex. Iets meer dan 2 jaar geleden stopte mijn polsstoktrainer bij PAC ermee en toen heb ik de keuze gemaakt om ook de polsstoktrainingen bij Alex te doen. Dat bevalt erg goed. Naast dat hij heel veel weet, kent Alex ons ook erg goed. Hij weet precies wat we nodig hebben in de verschillende situaties, dat is erg fijn. Ik kan op hem vertrouwen.’

 

Jullie studeren allebei, Marijn in Amsterdam en Elise in Rotterdam.  En jullie hebben een druk leven, dus dat moet passen en meten zijn. Hoe vaak trainen jullie per week samen en krijgen jullie dan een individueel trainingsprogramma van de coach, met sommige accenten die jullie dan samen kunnen afwerken?  

Marijn:

Ik train gewoon de hele week mee met de groep in Alphen. Soms doe ik gewoon wat extra turnoefeningen, terwijl de rest een onderdeel aan het trainen is, maar het merendeel doe ik gewoon mee met de groep. Elise traint ook een paar dagen per week in Rotterdam, maar over het algemeen hebben we hetzelfde trainingsschema.’

Elise:

‘Dat ligt er een beetje aan in welke periode we in het seizoen zitten. In het wedstrijdseizoen train ik 1-2 dagen per week samen met Marijn. In een week dat we geen wedstrijd hebben, trainen we meestal 3 dagen per week samen. De rest van de trainingen (2-3 dagen), train ik zelf en met een andere trainingsgroep bij PAC. We doen in principe gewoon dezelfde trainingen, met heel af en toe wat persoonlijke aanpassingen.’

 

‘Ik wil niet de hele dag alleen met sport bezig zijn, maar ook andere dingen doen’

Elise de Jong (over de balans tussen topsport en studeren)

  

Hoe ziet een trainingsweek er bij jullie globaal uit?

 Trainingen Marijn                                                       

Ma: Sprint, horizontale sprongkracht        

Di: Werpen, verticale sprongkracht, turnen en kracht                                                            

Wo: Polsstok en lange sprints en turnen                                                        

Do:  Rustdag                                                       

Vrij: Turnen, polsstok en kracht                                                        

Za:  Lange sprinttraining                                                         

Zo:  Rustdag 

‘En verder hebben we per week 2 polsstoktrainingen. Ik denk dat we in totaal 2,5 tot 3 uur per week echt aan het polsstokspringen zijn.’                                                   

 Trainingen Elise

Ma: Sprint

Di:  Kracht en sprongkracht

Wo: Polsstok en turnen

Do:  Rustdag

Vrij: Polsstok en kracht

Za:  Lange sprinttraining

Zo:  Rustdag

 

Wat vinden jullie van elkaar de sterke punten in de diverse  techniekfases van het polstokspringen?                                                       

Marijn over Elise:

Elise is heel snel in de aanloop en is erg goed in het tweede deel van de sprong. Ze pakt goed druk op de stok en rolt heel ver in, waardoor ze helemaal op haar kop komt. Hierdoor springt ze ver boven haar bovenste hand uit en dat is knap! Ook maakt ze de sprong goed af, dit betekent dat ze tot het laatste contact met de stok goed druk blijft houden op de stok.’

Elise over Marijn:

‘Marijn heeft een hele goede insteek en loopsprong/afzet. Vroeger had ze nog wel wat moeite met de inrol, maar die is afgelopen tijd erg verbeterd, vind ik!’

                                                                                                              

Polsstokspringen is een complex onderdeel. Je hebt naast snelheid, explosieve kracht, uithoudingsvermogen, coördinatie, lenigheid ook gevoel voor oriëntatie in de ruimte voor nodig. Daarnaast moet je de nodige dosis lef hebben. Al die elementen hebben aandacht, tijd en geduld nodig tijdens de trainingen. Hoe krijgen jullie dat allemaal voldoende in jullie trainingen verwerkt?

Marijn:

Sinds we gestopt zijn met de meerkamp, hebben we genoeg tijd om al deze aspecten in de training te verwerken. Het is ook belangrijk om buiten de trainingen aandacht te besteden aan sommige punten. Zo heb ik in 2024 een mentale blokade gehad, daardoor durfde ik niet meer te springen. Hiervoor ben ik naar een psycholoog geweest, wat mij heeft geholpen om mijn angst te overwinnen.’

Elise:

‘We trainen 2 keer in de week polsstok, de andere trainingen doen we onder andere sprint, kracht, medicine-bal werpen en turnen. Tijdens de polsstoktrainingen ligt de focus vaak op vooral lekker veel sprongen maken waarbij je afwisselend op verschillende accenten let. Ik vind dit erg fijn, omdat je dan bij verschillende accenten ook voelt wat er gebeurt in de stok. Er zijn ook af en toe trainingen waarbij we heel weinig kunnen nadenken; als je bijvoorbeeld zo vaak mogelijk in een bepaalde tijd een hoogte moet halen. Dat vind ik ook wel eens lekker.’

 

Wat zijn voor jullie de meest favoriete en doelmatige  krachtoefeningen in het krachthonk?

Marijn:

Eerst was mijn favoriete krachtoefening voorslaan, maar tegenwoordig vind ik bankdrukken leuker. Ik ga op het moment ook meer vooruit met het bankdrukken dan met voorslaan. Misschien dat ik het daardoor leuker vind (ha, ha). Pull Over vind ik ook een leuke oefening, deze is erg belangrijk voor het polsstokspringen. Hiermee train je de belangrijke Triceps spiergroep, die heel belangrijk is in het laatste deel van de sprong.’

Elise:

‘Ik heb niet echt een favoriete krachtoefening, ik vind kracht in het algemeen wel leuk om te doen. Als ik moet kiezen, ga ik voor het voorslaan en bankdrukken met zware gewichten en weinig herhalingen. Dit doen we vooral in de wedstrijdfase.’

 

Met welke type polsstok qua lengte, flex en gewicht springen jullie nu, want jullie hebben allebei een andere fysieke bouw. En over hoeveel verschillende stokken beschikken jullie tijdens een belangrijke wedstrijd? (dit i.v.m. mee- of tegenwind, regen, kou of warm weer, vorm van de dag etc.).

Marijn:

We springen beiden met UCS Spirit stokken. Tegenwoordig spring ik elke wedstrijd met 4.60 m. stokken. Mijn hoogste greephoogte die ik heb gehad is 4.55 m. Dan heb ik de stok helemaal aan het einde van de stok beet. Misschien dat ik binnenkort ook wel over ga op stokken met een lengte van 4.75 m. De zwaarste flex stok*** waarmee ik een hoogte heb gehaald was 4.60 m., met een flex van 18.0. Ik heb op het NK ook met de flex 17.0 gesprongen, maar die was net een tikje te stug nog. Elise heeft heeft een lagere grip dan ik maar, maar ze springt veel hoger boven de bovenste hand uit dan ik waardoor we wel op dezelfde hoogtes springen. Het fijnste vind ik om een stuk of 7 stokken mee te nemen naar een wedstrijd. Ik begin in de warming-up altijd met wat minder stugge stokken, maar eindig de wedstrijd bijna altijd wel met dezelfde stok in een wedstrijd.’

Elise:

‘De zwaarste stok die ik ooit heb gesprongen is een 4.60 m., flex 19.0., maar meestal spring ik de 4.45 m. flex 19.5. Ik gebruik op een wedstrijd meestal zo'n 6 verschillende stokken (inspringstokken meegerekend).’

 

Kennen jullie momenten van angst, als je soms tijdens een wedstrijd met een net iets ‘zwaardere’ stok *** wil springen? En hoe ga je daar mee om?

Marijn:

Niet per se angst. Het voelt wel spannend om een stok te pakken waarmee je nog nooit gesprongen hebt, maar het geeft mij ook weer extra adrenaline waardoor ik altijd gewoon spring. Normaal gesproken pak ik alleen een zwaardere stok als de stok die ik ervoor gebruikte te licht is. Daardoor weet ik ook zeker dat het gewoon goed gaat.’

Elise:

‘Soms wel ja, maar dan bedenk ik me dat ik niet voor niets een zwaardere stok heb, want die vorige stok was dan te licht. Ik vind het eigenlijk ook wel leuk om een zwaardere stok te pakken, want daar kun je meestal ook hoger mee springen.’

 

Dromen jullie al wel eens van de Olympische Spelen? De limiet in LA 2028 zal rond de 4.70 m. liggen, en jullie hebben de potentie om die limiet te halen lijkt mij en jullie hebben bovendien nog 3 jaar de tijd om je verder te ontwikkelen.

Marijn:

Ik heb er als klein kind altijd van gedroomd om naar de Olympische Spelen te gaan. En ik verwacht als we zo doorspringen als we nu doen, het zeker wel gaan halen. Maar ik hoop voor die tijd al naar EK’s en WK’s te gaan en daar goed te presteren. We gaan zien hoe het loopt.’

Elise:

‘Ja, het doel is wel om naar de Olympische Spelen te gaan, dat lijkt me echt heel erg leuk!’

 

Hoe ziet jullie planning er voor dit seizoen in grote lijnen uit?

Marijn:

In de maand mei beginnen we in het buitenseizoen een beetje met wedstrijden. We zullen waarschijnlijk naar de bekende Nederlandse wedstrijden gaan, zoals Ter Specke Bokaal, Harry Schulting Games en De gouden spike in Leiden. Ook gaan we weer heel wat wedstrijden in het buitenland doen en uiteindelijk werken we natuurlijk met deze wedstrijden naar het Europees kampioenschap in Birmingham.’

Elise:

‘We gaan nu weer lekker trainen voor het outdoor seizoen. Het hoofddoel is het EK in Birmingham, maar we zullen daarvoor natuurlijk ook al wedstrijden doen (een aantal van de Track and Field series, en waarschijnlijk een paar in het buitenland) maar die planning is nog niet helemaal af.’

                                                                                                                      

Wie is voor jullie bij de dames op mondiaal niveau technisch op dit moment de meest begaafde springster en waarom?  

Marijn:

Ik vind de Amerikaanse Sandi Morris en de Australische Nina  Kennedy technisch het mooiste springen. Beiden hebben super hoog gesprongen de laatste jaren. De sprong loopt bij hen goed door en er zijn geen technische punten die niet goed gaan. Dat kan ook bijna niet anders als je zo hoog springt natuurlijk. Omdat Sandi Morris ook redelijk lang is kan ik mijzelf het beste met haar vergelijken. Nina Kennedy is redelijk klein, maar springt echt super ver boven haar bovenste hand uit, wat betekent dat ze heel veel energie mee krijgt vanuit de stok.’

Elise:

‘Dat vind ik een lastige vraag. Ik vind Nina Kennedy, de Australische atlete erg mooi springen. Ze heeft een mooie insteek en komt super snel ondersteboven aan de stok.’

 

En dan de laatste vraag, wat is tot nu toe in jullie beleving de mooiste wedstrijd in je atletiekcarrière?

Marijn:

Dat is een moeilijke vraag. Ik denk dan toch wel het EK U20 in Finland afgelopen jaar. Ik heb er altijd van gedroomd om een medaille te halen op een EK of WK en om die droom dan waar te maken is echt geweldig. Ook heel gaaf om samen met Elise op het podium te staan op zo’n EK. Ook het polsstokgala in Zoetermeer dit jaar was een van mijn moooiste wedstrijden. Ik sprong daar natuurlijk het Nederlands record, wat al heel speciaal is, maar het was al helemaal leuk om dit te doen bij een wedstrijd waar familie en vrienden bij aanwezig waren.’

Elise:

‘De mooiste wedstrijd die ik heb gedaan is sowieso de EK U20 finale in Finland! Die wedstrijd ging natuurlijk heel erg goed, maar ik vond het ook enorm leuk dat mijn hele familie, zoals mijn opa en oma en neefje, nichtje en tante ook naar Tampere waren gereisd om mij daar aan te moedigen. Dat was echt fantastisch.’

 

 

Profielen en overige statistische gegevens

Profiel                 Marijn Kieft                              Elise de Jong

Naam:                 Marijn Kieft                                Elise de Jong

Geb. Datum:      29-08-2006 (19)                         8-04-2006 (19)

Geb. Plaats:       Alphen a/d Rijn                          Rotterdam

Huidige studie:  Hogeschool van                       Erasmus Universiteit,                 

                             Amsterdam,                             Rotterdam                                                                      

                             Forensisch onderzoek             Econometrie                                                                                                                              

Discipline:          Polsstokhoog                            Polsstokhoog

PR indoor:          4.60 m., 2026.                          4.47 m., 2026

PR outdoor:        4.51 m.,2025.                           4.50 m., 2025.

Vereniging:        AAV ’36                                      PAC Rotterdam

Trainer/coach:    Alex van Zutphen                        Alex van Zutphen

Sponsoren:        Geen                                           Geen

Nationale titels:  12                                             3

Internationale titels:  Geen                                1x EK, Finland U20

Mooiste wedstrijd: EK U20, Finland 2025         EK U20, Finland 2025                                 

Andere hobby: Voorheen paardrijden                Skiën, bergwandelen

Beste boek: Ik lees weinig                                   Mijnverhaal, M. Obama                                                                                          

Voorkeursmuziek: Popmuziek                           Popmuziek

Favoriete maaltijd: Sushi en Pasta                     Lasagne                     

 

Palmares van beide atletes

Palmares  Marijn                                                                Palmares  Elise

- Goud, Nat. C -Spelen, 2021.                                            -Zilver, Nat. C-Spelen, 2021.

- Goud, NK indoor, ver en vijfkamp                                     - Pr. indoor vijfkamp                                                            

  U18, 3830 punten.                                                               U18, 3239 punten                                       

- Goud, NK indoor, polshoog                                              - Pr indoor vijfkamp                                                               

  en vijfkamp U20, 3896 punten, 2025.                                  U20, 3556 punten, 2024.

- Zilver, NK outdoor polshoog, U20, 2024                          -Goud, NK outdoor polshoog           

                                                                                               U20, 2024. (en ook in 2023 bij U18 indoor en outdoor)

-Goud NK outdoor op de zevenkamp                                  - Nationaal indoorrecord  U20, Zoetermeer, 2025.

  U20, (5101 pnt.)   Emmeloord, 2024,             

- Goud, NK indoor vijfkamp U20                                         - Nat.Rec., U20, Vught, Lisse,                                                                 

  3896 punten, 2025.                                                              Tampere EK (4.50m.), 2025.                                                                                                              
- Goud, NK indoor polshoog, U20                                       - Zilver NK indoor polshoog                                                                                   
  en Sen., 2025.                                                                      U20, 2025.

                                                                                             -NR’s, U20, Vught, Lisse en      

                                                                                               Tampere, 4.50m., 2025.

 -Goud, NK outdoor polshoog U20                                      - Zilver NK outdoor U20                                                                                   

en senioren, met een nat rec, U20                                         met (4.41 m.), Hengelo  2025                                                                 

(4.51 m.) Hengelo, 2025.                                                                                                                                        


-
Zilver, EK U20 in het                                                         - Goud, EK U20 in het                                                                                    

  Finse Tampere, 2025.                                                             Finse Tampere, 2025.

 -Nationaal indoor record in Zoetermeer                            - Elise sprong in deze                                                                                  

  met een sprong over 4.60 m. 2026.                                     wedstrijd 4.47 m., 2026.                                                                                          

 *Ze sprong hiermee Femke Pluim uit de                                                                       

  indoor recordboeken (4.52 m.)

- Goud, NK indoor, 2026.                                                     - Zilver, NK indoor, 2026.

                                                                                                                                                                                                                                                                                               

                                        Prestatie-ontwikkeling

                      Marijn Kieft                                  Elise de Jong

                 Outdoor / Indoor                         Outdoor/ Indoor

2021:      3.30 m.                                            3.30 m.  

2022:      3.85 m.    /  3.70 m.                       3.51 m.  /   3.45 m.

2023:      4.13 m.    /  3.85 m.                       3.80 m.  /   3.75 m.

2024:      4.10 m.    /  4.26 m.                       4.16 m.  /   4.00 m.

2025:      4.51 m.    /  4.41 m.                       4.50 m.  /   4.33 m.

2026:        ?           /  4.60 m.                          ?         /  4.47 m.  

                                             

Meerkampprestaties

Marijn Kieft

Vijfkamp                                                               

2023: U18:  9.06 * 1.71 * 11.29 * 5.63 * 2.22.32, 3830 punten            

2025: U20:  9.02 * 1.75 * 11.03 * 5.71 * 2.28.14, 3896 punten

Zevenkamp

2024: U20: 15.22 * 1.65 * 10.75 * 25.91 * 5.77 * 33.20 * 2.22.34, 5101 punten

Elise de Jong

Vijfkamp

2023: U18; 9.46 * 1.62 * 10.95 * 4.85 * 2.41.71, 3239 punten

2025: U20:  9.32 * 1.66 *   9.84 * 5.21 * 2.23.98, 3556 punten

 

Noot;

** Zie voor een interview met Femke Pluim;  baan-atletiek.nl bij de rubriek ‘In the spotlight’, met als titel: ‘De lat gaat steeds hoger bij Femke Pluim

*** Flexnummer heeft te maken met de buigzaamheid van de glasvezelstok. Hoe meer kunstofwikkels om de polsstok, hoe moeilijker deze is te buigen, maar des te krachtiger de stok zich weer strekt.

Het type stok dat de springer gebruikt hangt van een aantal factoren af, zoals: het lichaamsgewicht van de atleet, de snelheid en kracht  van de aanloop en afzet, de weersomstandigheden (mee- of tegenwind). En natuurlijk is de keuze in grote mate afhankelijk van de techniek van de atleet.