Home » In the Spotlight » Bij Tijm Oosterom valt “de appel niet ver van de boom”

Bij Tijm Oosterom valt “de appel niet ver van de boom”

door Bert Vreeswijk

foto: Ed Turk

Bij de familie Oosterom uit Gorinchem valt ‘de appel niet ver van de boom’. Het is een gevleugelde uitspraak die zeker opgaat voor de 17-jarige 400 meter hordeloper Tijm Oosterom. Zijn vader was een getalenteerde meerkamper en 400 meter hordeloper en zijn moeder, Mascha Ratten, heeft ook haar hele jeugd aan atletiek gedaan, naast het feit dat ze tevens trainerscoördinator is bij haar atletiekvereniging A.V.Typhoon. Hoe kan het dan ook bijna anders dat hun zoon Tijm Oosterom de atletiek met de paplepel kreeg ingegoten, overigens altijd vanuit het plezier in de sport.

Al op jeugdige leeftijd had Tijm Oosterom enorm veel plezier in alle onderdelen van de atletiek, maar naarmate dat hij ouder werd, ontdekte hij zijn bijzondere aanleg voor de 400 meter hordenloop. Op dit fysiek zware en technische atletiekonderdeel kwamen zijn bijzondere kwaliteiten in 2021 bovendrijven. Dit jaar zette zijn  ontwikkeling door en scoorde hij tijdens de Harry Schulting Games in Vught op Hemelvaartsdag een spetterende tijd van 53.16 sec., waarmee hij zijn pr met ruim 2 seconden verbeterde. Met deze tijd kwalificeerde Tijm zich ruimschoots voor de Europese Kampioenschappen voor junioren onder de 18 jaar, die in juli in Jeruzalem zullen worden gehouden (de EK limiet was 53.75 sec.).   

Zestien jaar jong, een droom gaat in vervulling. Wat is zijn toekomstperspectief en kan hij zich nog gestaag verder door ontwikkelen, om zo de aansluiting met de Nederlandse seniorentop te kunnen maken? Wij van baan-atletiek.nl gingen met Tijm in gesprek. 

Tijm, hoe ben je in aanraking met de 400 meter horden gekomen?  Stimuleerde jouw vader jou daar in, want Marcel scoorde daar ook altijd bijzonder goed in en je moeder was ook een goede atlete.  

‘Ik heb lopen altijd leuk gevonden, waaronder het sprinten. De pure power voor een sprinter heb ik niet. Daarom past de 400 meter mij goed. Toen ik begon met korte horden leek het mij wel wat om met de horden door te gaan. Tijdens de trainingen beleef ik veel plezier aan het hordelopen. Mijn ouders hebben wel op vroege leeftijd gezegd dat ik waarschijnlijk wel talent zou kunnen hebben voor de 400 meter vooral omdat ik niet snel verzuur en snel herstel.’ 

Hoe  oud was je toen je lid werd van Atletiekvereniging A.V. Typhoon en wat vond je zo leuk/mooi aan de atletiek toen je nog D-junior was?

‘Ik was 6 jaar toen ik als mini-pupil lid werd van Typhoon. Bij de D-junioren vond ik vooral de looponderdelen leuk: het sprinten, de cross en de 1.000 meter. De trainingen vind ik erg leuk en natuurlijk was het jaarlijkse jeugdkamp van Typhoon iets waar ik naar uitkeek.’

Hoe belangrijk zijn jouw ouders altijd geweest voor jouw sportbeoefening en hebben ze jou altijd gesteund in je keuzes en je nooit hoeven pushen?

‘Mijn ouders hebben mij nooit gepusht, maar alleen gestimuleerd. Ze rijden altijd naar alle wedstrijden en trainingen. Op dit moment brengen mijn ouders me ieder weekend naar Breda en Rotterdam, zodat ik daar mijn trainingen kan doen en daar ben ik ze dan ook erg dankbaar voor!’

Wanneer kwam het moment dat je gewoon wist dat die 400 meter horden op jouw lijf geschreven was, kun je dat omschrijven?

‘Toen ik in 2020 bij RTC ben gaan trainen trainde ik vooral op de korte horden. De trainer daar, Leo van der Meide, zag in mij vooral een lange horden atleet. Zelf vond ik het een mooi onderdeel en zijn we na één seizoen trainen op de korte horden, tot de conclusie gekomen dat lange horden me beter past.’

Ik weet dat jij naast je studie en je trainerschap bij je club, ook flink intensief traint, kun je dat allemaal met elkaar combineren?

‘Ja, dat gaat prima, tot nu toe levert dat geen enkel probleem op.’ 

Wat zijn je toekomstplannen op sportgebied, je ambities, en je trainingsdoelen op korte en lang termijn. Of denk je niet zover vooruit?

‘Voor nu wil ik knallen op het EK in Israël, daarna zal een lange periode van rust volgen om vervolgens de wintertraining weer op te pakken. Wat er op lange termijn nog allemaal gaat gebeuren is voor mij ook een verrassing.’ 

De Olympische Spelen zijn voor elke jonge atleet een ultieme droom, geldt dat ook voor jou of kijk je daar realistisch naar en zie je wel  hoe je prestaties zich verder zullen ontwikkelen?

‘Op dit moment zijn de Olympische Spelen geen reeël doel. Mijn coach heeft het doel om ieder jaar 10% beter te worden. We zullen gaan zien wat de komende jaren gaan brengen.’ 

Wie begeleiden jou en wie zijn je trainers? En wat denken zij en jij zelf waar nog flinke verbeterpunten liggen in je ontwikkeling?

‘Mijn hoofdtrainer is Leo van der Meide, hij zorgt voor het overall schema, waaronder het loopprogramma, de krachttraining en de hordentechniek. Op Typhoon train ik bij Pim de Wit en Dinand Tukker. Bij Typhoon doe ik meestal de warming up gezellig met de groep mee en draai daarna mijn eigen schema, vaak samen Dinand. Jurre Kok is mijn fysio, die ondersteunt mij om lichamelijk in orde te blijven. Verbeterpunten zijn er zeker nog te vinden op veel facetten, zoals: snelheid, kracht, hordepassage, uithoudingsvermogen, aantal stappen tussen de horden, enz. Dus verbeterpunten zijn er genoeg.’

Hoe ziet jouw trainingsweek grofweg in elkaar, kun je dat op weekbasis aangeven?

Ma: looptraining

Di: krachttraining

Wo: rustdag

Do: looptraining

Vrij: krachttraining

Za: hordentechniek

Zo: loopscholing en sprinten

Hoe loop jij tactisch zo’n 400 m hordenrace, qua snelheidsindeling en pasritme?

‘Het aantal passen tussen de horden van mij is 15. Hierbij is de snelheid gedurende de gehele race stabiel. In verhouding start ik relatief rustig met een goede laatste 100 meter. Op de laatste 100 meter maak ik veel verschil met de concurrentie, omdat die meestal harder starten en op het eind veel verval hebben. Als ik de concurrentie voor me zie lopen krijg ik echt energie om nog even door te trekken, dat jagen gaat mij goed af.’

‘Jouw pr. op de 400 m vlak is 49.93, je record op de 400 meter horden is 53.16  sec. Je ‘verspeelt’ dus ruim 0,3 sec. per horde.  Klopt dat en betekent dat, dat naast je techniek ook je snelheid omhoog moet?

‘Bij de absolute wereldtop op de 400 meter horden zie je veel minder verschil tussen de 400 meter en de 400 meter horden. Het doel is om aan het begin van de race een aantal horden in 14 pas te gaan doen en natuurlijk de basis snelheid te verhogen, dat klopt.’ 

Ik hoorde van Pim de Wit, je clubtrainer, dat je uithoudingsvermogen enorm goed ontwikkeld is. Helpt dat om de tweede helft van de race je pasritme onder controle te houden? En hoeveel passen neem jij tussen de 35 meter uit elkaar staande horden, of wisselt dat in het verloop van jouw races?

‘Het klopt dat mijn uithoudingsvermogen relatief goed is. Daarbij komt dat ik redelijk snel herstel, waardoor ik zware trainingen goed aankan. Op het afgelopen NK heb ik drie dagen twee maal de 400 meter horden en drie maal de normale 400 meter gelopen. Toen was ik wel redelijk gesloopt. Over het algemeen verzuur ik niet echt zwaar, waardoor ik ook bij de laatste paar horden een redelijke techniek kan behouden, gecombineerd met een 15 pas.’ 

Kun jij zowel links als rechts de horde-techniekpassage uitvoeren en wat is normaliter je bijtrekbeen?

‘Mijn voorkeurs afzet/bijtrekbeen is links, maar ik heb ook flink getraind op “twee-benigheid”. Vooral op de 400 meter horden is het van groot belang dat je met beide benen de horde zonder snelheidsverlies kunt passeren. Vaak lukt het niet om de gehele race met 15 passen te doen. Dan is het fijn dat, als je eventueel met je verkeerde been dreigt uit te komen, je het vertrouwen hebt dat dit niet voor al te veel verval zal zorgen.’ 

Wat is je voorkeur van de baanindeling in een 400 meter horden race en waarom?  

‘Het liefst heb ik baan 3, zodat ik vooral in de tweede bocht goed overzicht heb op de concurrentie. Bovendien loop je gevoelsmatig in de binnenbaan altijd in op de concurrentie.’ 

Kun je globaal iets zeggen over je techniek, lenigheid, kracht- en snelheidstraining? Wie begeleiden je daar specifiek in?

‘De basis van mijn trainingen zijn pittige tempo’s. Vooral op zaterdag (Breda) en zondag (Rotterdam) train ik veel op horden- en looptechniek. De krachttraining is op dit moment wat naar de achtergrond verdrongen, aangezien ik dit fysiek nog niet goed aan kan. Het idee achter mijn krachttraining is niet de hoeveelheid gewicht, maar veel meer de snelheid en beheersing/coördinatie waarmee ik de oefeningen moet uitvoeren.’

Tot slot, hoe hou jij je lichaamsgewicht in balans, volg je een dieet en wat is je favoriete eten?

‘Ik volg geen dieet, maar probeer er wel op te letten dat ik gezond eet. Meestal lukt dat, maar natuurlijk niet altijd. Mijn favoriete eten is tomatensoep.’
 

Profiel van:  Tijm van Oosterom, 400 meter hordeloper 

Geboorteplaats: Gorinchem

Geboortedatum: 05- 07-2005

Lengte en gewicht 1.77 m. en 71 kg.

Aantal gelopen races in 2022:  13

Beste prestaties: 53.16 sec, Harry Schulting Games, 2022 

                             Nederlands kampioen op de 400 meter & 400 meter horden U18, Amsterdam, 2022

Atletiekclub: A.V. Typhoon, Gorinchem

Studie: HAVO afgerond, volgend jaar Accountancy opleiding in Breda

Specialisatie: 400 meter horden

Trainers/Coaches: Leo van der Meide, Dinand Tukker en Pim de Wit

Doelstelling voor 2022: Presteren op het EK U18 in Israël te Jeruzalem

Wie zijn je atletiekvoorbeelden: Natuurlijk Karsten Warholm, de wereldrecordhouder op de 400 meter horden en de nationale trots Femke Bol. Verder nog mijn oma, ze traint nog twee keer in de week bij Typhoon.

Andere bezigheden: Trainerschap bij mijn club A.V. Typhoon

 

Tijm, wij van baan-atletiek.nl wensen jou heel veel succes op het EK U18 jaar en in het verdere atletiekseizoen.