Sportpsychologie is volledig geïntegreerd in de (top)sport

21 mei 2026


tekst en foto door Bert Vreeswijk

Inleiding

Tijdens mijn opleiding in Overveen aan het Centraal Instituut voor Opleiding Sportleiders (CIOS) in de jaren 1972-1975 was ik als leergierige student mij er terdege van bewust dat ik een bevoorrecht persoon was om aan dit hoog aangeschreven Nederlandse Sportinstituut te mogen studeren. Het prachtig midden in de duinen gelegen landgoed Duinlust aan de Duinlustweg 16 in Overveen was voor vele CIOS-studenten een droomopleiding. Alle les gevende docenten waren gedreven personen, waarvan er een aantal ook in de topsport werkzaam was. De opleiding bevatte veel praktische en theoretische sportlessen, afgewisseld met vakken als anatomie, fysiologie, trainingsleer, didactiek, methodiek en ook toen al het vak sportpsychologie. Dat laatstgenoemde vak stond in die tijd nog in de kinderschoenen en werd gegeven door een absolute pionier binnen de sportpsychologie in Nederland, Peter Blitz (1936-2015). Deze docent was een van de eersten in Nederland die de mentale aspecten in de sport, zoals concentratievermogen, visualiseren, focussen, stressmanagement en relaxatietraining (autogene training) introduceerde. Allemaal elementen die inmiddels een belangrijke rol spelen  en volledig geïntegreerd zijn in de (top)sport. Het wekte echter soms ook weerstand in de jaren zeventig, een tijd waarin door het sportkader nog wat lacherig en soms met argusogen werd gekeken naar de sportpsychologie. Misschien soms wel met enig wantrouwen, met wellicht het idee dat de sportpsycholoog nu op de stoel ging zitten van de trainer/coach?

 

Het werk van Peter Blitz vormde o.a. de basis voor de moderne sportpsychologie in Nederland

Het werk en de invloed van Peter Blitz* vormde in de jaren zeventig  de basis voor de moderne sportpsychologie in Nederland en hij was dan ook een grote inspirator op dit gebied. Blitz werkte in de praktijk succesvol bij onder andere de KNSB en KNAU. Zo werkte hij in de praktijk als klankbord en praatpaal tijdens belangrijke wedstrijden met bekende topsporters, waaronder de ex- Nederlands recordhouder hoogspringen Ruud Wielart, die in 1979  te Leiden een Nederlands record vestigde met een sprong van 2.28 m., een record  dat 20 jaar stand hield!

 

De sportpsychologie volledig geïntegreerd                                  

De sportpsycholoog vormt inmiddels een zeer belangrijke schakel om in de topsport tot resultaten te geraken. Op Nationaal Sportcentrum Papendal is de sportpsychologie ook bij de Atletiekunie volledig geïntegreerd in de topsportbegeleiding. Binnen de topsportprogramma’s op Papendal werkt een flexibele pool van experts op het gebied van prestatie, gedrag en sportpsychologie, en maakt deel uit van het multi-disciplinaire team dat zich bezighoudt met de voorbereiding van topatleten om tot betere prestaties te komen. Naast de fysieke training door de coaches/trainers, wordt er veel aandacht besteed aan het aanleren van mentale technieken, het stellen van doelen, concentratietraining en het aanleren van focusbehoud. Ook relaxatietrainingen en visualisatie bij techniektraining zijn een vast onderdeel tijdens de trainingen en worden in wedstrijden steevast toegepast,

 

‘Believe in your dreams and that anything is possible’

Usain Bolt, wereldrecordhouder op de 100 meter (9,58 sec.) en 200 meter (19,19 sec.). Beide records gevestigd op het WK in Berlijn, 2009

  

Sportpsychologie vaste waarde voor meerkampsters

Trainers en bondscoaches leren tijdens hun opleiding en bij het werken bij de Atletiekunie hoe ze de motivatie, emoties en het zelfvertrouwen van de atleten in een veilig sportklimaat kunnen ‘sturen’ om zo onder druk optimaal te kunnen presteren en bovendien het plezier in de sport te behouden. De zevenkampsters  en tienkampers die op Papendal trainen, maken in hun tweedaagse wedstrijden dankbaar gebruik van mentale technieken die een belangrijk onderdeel vormen van hun wedstrijdvoor-bereiding. De sportpsychologen blijven vaak bewust op de achtergrond, maar hebben een goed contact met de coaches. Topatletes/en als Sofie Dokter, Nadine Visser, Emma Oosterwegel en tienkamper Sven Roosen, evenals de onlangs gestopte Nederlands recordhoudster op de zevenkamp Anouk Vetter worden/werden begeleid door een sportpsycholoog – alsook toploopsters Femke Bol-Broeders en Lieke Klaver. Ook de Belgische topmeerkampster Nafissatou Thiam, drievoudig olympisch kampioene op de zevenkamp (Rio 2016, Tokio 2021 en Parijs 2024) benadrukte het belang van de mentale focus in de zevenkamp en de begeleiding die daar bij komt kijken. En de Amerikaanse wereldkampioene zevenkamp Anna Hall-Slayton werkt actief aan haar mentale gezondheid middels sportpsychologische ondersteuning binnen het Amerikaanse olympische programma. Zo werkt ze samen met experts en sportpsychologen om te leren omgaan met de extreme druk, blessures en prestatieonzekerheid.                                                                                                                        

 

‘The only person who can stop you to reaching your goals is you’

Jackie Joyner-Kersee. Wereldrecordhoudster (7291) op de zevenkamp gevestigd in Seoel 1988.

 

Mentale veerkracht

Al deze atleten zijn er altijd heel open in geweest dat ze met een sportpsycholoog samenwerken en zeggen dat ze er veel baat bij hebben. Juist in de meerkamp, waar veel mis kan gaan, is het van belang dat een atleet zich snel kan ‘resetten’ en mentaal weerbaar is na een mindere prestatie bij het hoogspringen of bijvoorbeeld bij twee foutsprongen in het verspringen, polsstokhoogspringen of discuswerpen.                                                                        Ook de afsluitende 800 meter bij de zevenkamp cq 1500 meter bij de tienkamp, waar het laatste restje energie er nog moet worden uitgeperst, vraagt het uiterste van de meerkampatleten. Dan komt het echt aan op mentale veerkracht van de atleet.

Kevin Mayer, wereldrecordhouder op de tienkamp (9126) perst na twee zware wedstrijddagen in de tienkamp op de afsluitende 1500 meter net als zijn concurrenten nog het laatste restje energie uit het vermoeide lijf

Welke systematiek gebruikt de sportpsycholoog

De meeste specifieke namen van sportpsychologen die bij de Atletiekunie op Papendal werken zijn veelal vertrouwelijk, maar het is bekend dat veel atleten werken met specialisten van het NOC*NSF (TeamNL experts) of via vereniging voor sportpsychologie, zoals de vereniging voor SportPsychologie in Nederland. (VSPN). Bij zijn/haar werk wordt vaakeen wetenschappelijk onderbouwde methode gebruikt die er als volgt kan uitzien.

Stap 1:  Een intakegesprek en analyse

Stap 1 begint met een intakegesprek en analyse en het in kaart brengen van de huidige situatie met daarin de specifiek hulpvraag van de atleet in kwestie. Daarin worden zijn of haar sportgeschiedenis, de uitdagingen en voorgenomen doelen besproken. Ook wordt een psychologische vragenlijst voorgelegd en worden enkele tests uitgevoerd om de persoonlijkheid en mentale sterktes en zwaktes op te sporen. Voorts observeert de sportpsycholoog regelmatig  tijdens trainingen en wedstrijden hoe de atleet omgaat met druk, fouten of vermoeidheid.

Stap 2:  Opstellen van een plan op maat

Dan wordt er op basis van de analyse een plan op maat gemaakt. Bij dit plan richt de sportpsycholoog zich op vijf belangrijke zaken (1) die bij de mentale weerbaarheid een belangrijke rol spelen, te weten:

  1. Commitment, door het vaststellen van doelen en motivatie.
  2. Communicatie, met name gericht op de interactie met de coach. 
  3. Concentratie, vasthouden van de focus onder alle omstandigheden  (muziek, pers, camera’s, TV en het weer).
  4. Controle, leren omgaan met spanning, emotie en tegenslag.
  5. Confidence, het zelfvertrouwen in eigen kunnen versterken.

 Stap 3: Aanleren van mentale training

De sportpsycholoog leert de atleet specifieke mentale technieken die hij/zij na verloop van tijd zelfstandig kan toepassen zoals: visualisatie-, zelfspraak- en relaxatietechnieken en vaste routines voor een wedstrijd.     

Stap 4: Inpassen en evalueren van geleerde vaardigheden

De aangeleerde vaardigheden worden eerst getest onder trainingsomstandigheden en daarna in de wedstrijden toegepast. Regelmatig vindt er overleg plaats over de voortgang van het mentale proces. Ook wordt door de sportpsycholoog en trainer/coach gekeken of de gestelde doelen zijn behaald en zo niet, hoe er een bijstelling van het proces kan worden gerealiseerd.                                                                                                                               

Ook andere zaken onder de loep

Om systeemgericht te kunnen werken kijkt de sportpsycholoog in de topsport ook naar mogelijke zaken als: de thuissituatie, opleiding en studie-resultaten, de relatie met de coach, ontstane blessures, vormverlies of naar de niet onbelangrijke financiële situatie van de topatleet i.v.m. met behoud of verlies van de topsport A-status door slechte resultaten.                     

Recente onderzoeksresultaten

Uit onderzoek (2) blijkt dat 62 procent van de topsporters stress ervaart door de druk om de topsportstatus te verliezen; 56 procent heeft slechts een financiële buffer van ongeveer slechts 3 maanden na het kwijtraken van de A-status, terwijl 10 procent geen enkele buffer heeft. Verder blijkt uit onderzoek dat 59 procent zich regelmatig zorgen maakt over zijn of haar financiën en 34 procent ervaart dat financiële stress de sportprestaties negatief beïnvloedt.

Al deze bovengenoemde  factoren kunnen namelijk van grote invloed zijn op de prestaties van de atleet en de sportpsycholoog speelt in al deze zaken dan ook een belangrijke prominente rol en is dan ook niet meer weg te denken uit de topsport.

 * Peter Blitz, werkte als wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit van Amsterdam. Hij begeleidde tal van topsporters, ook in de atletiek, bij het omgaan met druk en faalangst. Blitz schreef verschillende boeken. Belangrijke publicaties waren o.a.:

Leren ontspannen’, een boek over stressbeheersing en ontspanningstechnieken, uitgave 1974.

Blitz training sport’, een praktijkboek over mentale training voor sporters, uitgave 1981.

De winnaar is gezien’, een boekwerk over de psychologie van presteren en presenteren, uitgave 1983.                                                                                                                                                                                                                                

Geraadpleegde literatuur

Bakker, F, Oudejans , R., Sportpsychologie

Holzhauer, F.F.O., Drs. en van Minden, J.J.R. Drs. Psychologie, Theorie en praktijk. H.E. Stenfert Kroeze b.v.

Railo, W., Wie wil kan winnen, Amas export bv, Naarden

Sleijfer, J., Drs., Mindboxing, NL Sportpsycholoog

Sitskoorn, M., Het maakbare brein, Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam

Overige verwijzingen

1) In de vaktaal van de sportpsycholoog wel de ‘5 C’ genoemd als ezelsbruggetje

2) AD Sportwereld, Een onderzoek van ‘NL Sporter’, woensdag 29 april 2026

Over de auteur

Bert Vreeswijk is naast zijn jarenlange ervaring als triatlon- en atletiektrainer/atleet, ervaringsdeskundige met 25 tienkampen in de tas. Tevens is Bert auteur van de meerkampboeken Tienkamp totaal en het zevenkampboek Van A tot zevenkamp en schreef hij tevens met collega-trainer Jaap van de Plaat het polsstokboek Polsstokspringen leer je zo.