Dafnes decennium

 

2 april 2026

door Kees Sluys

foto’s Erik van Leeuwen, Kees Sluys en Bert Vreeswijk

 

Dafne – mijn verhaal, de door Marijn de Vries opgetekende autobiografie van Dafne Schippers, is een boek waarin een ex-superatlete vertelt over haar leven en schitterende carrière. Een carrière die in de tweede helft in toenemende mate werd gefrustreerd door blessures, onverbiddelijke coaches, boze buitenwereld en door zichzelf. En ja, het is uit de aard der zaak ook een boek over atletiek, al ligt dat er niet steeds dik bovenop.

Kleine illustratie daarvan vindt men doorbladerend naar de laatste pagina’s (211 t/m 213), waar de lezer stuit op de bijlage ‘Prestaties en onderscheidingen’. Die maakt een nogal schamele indruk en is onderverdeeld in ‘Medailles’ op OS, WK, EK en Diamond League, ‘Onderscheidingen’ (een hele reeks), en daartussenin een ultrakort overzicht onder het kopje ‘Records’. In concreto: Nederlandse records op 60 meter, 100 meter en 200 meter. Alsmede Europese records op de ongebruikelijke 150 en de 200 meter. Dat is het dan. Niet vermeld wordt welke tijden daarbij horen – wel erg zuinig en onbevredigend voor de atletiekliefhebber. Records bij verspringen, op de zevenkamp en op de 4 x 100 meter worden überhaupt niet genoemd. Of is dat omdat die inmiddels zijn verbeterd door respectievelijk Pauline Hondema en Anouk Vetter? En door een estafetteploeg in andere samenstelling (Nadine Visser, Lieke Klaver, Minke Bisschops en Marije van Hunenstijn)?

Het maakt hoe dan ook een slordige, ongeïnteresseerde indruk die niet bij zo’n grootheid als Dafne past. Immers: met cijfers illustreer je in één oogopslag hoe waanzinnig goed Dafne in haar glorietijd was.

Geen oprechte smirk

Dafne wordt wereldkampioen op de 200 meter in Beijing 2015

De liefhebber mist wel meer cijfers en getallen. Zo wordt de geweldige 21.88 op de olympische 200 meter van Rio 2016 nergens genoemd. Maar, kun je zeggen, wat doet zo’n tijd er toe als die niet heeft geleid tot het zo hevig begeerde en binnen bereik liggende olympisch goud?

Die race, met na afloop het woedend wegsmijten van haar spikes, betekende de ommekeer in een ongekende carrière van een blonde Europese atlete die het in haar eentje met groot succes opnam tegen de onverslaanbare snelheidsgodinnen uit de VS en Jamaica. ‘Ik wist dat ik goud had gewonnen als ik niet geblesseerd was geraakt. Dit was de kans van mijn leven geweest. En het was niet gelukt.’ Slechts eentiende bedroeg de achterstand op Elaine Thompson, de vrouw die ze een jaar eerder bij de WK in Beijing zo glorieus had verslagen in die magistrale 21.63, de derde tijd ooit. Een prestatie die voor optimistische fans zelfs uitzicht leek te bieden op het onaantastbare wereldrecord 21.34 van Flo-Jo uit 1988.  

Wie leest over de blessure en de pijn en de inspanningen om te herstellen kan bijna niet anders concluderen dan dat er zonder lichamelijk malheur in Rio inderdaad wel een paar tienden vanaf hadden gekund. Maar daarover wordt niet gespeculeerd. Intussen vraagt de lezer zich na al die jaren af: eentiende achter Thompson eindigen en 21.88  lopen – hoe is dat mogelijk met een ernstige blessure? Hoe erg was het met die blessure dan nog gesteld? Of was die al grotendeels verholpen? Kennelijk niet. Nou ja, in ieder geval was het onverwoestbare vertrouwen in de goede afloop afwezig. Kort voor de start, zo vertelt ze: ‘Het enige wat ik deed, was het gevoel van mijn gouden finale in 2015 oproepen. Dat fantastische gevoel. Ik wilde dat gevoel zo graag weer hebben: de grenzeloze fitheid, de enorme overtuiging en vooral de onbevangenheid, terwijl ik op het punt stond de wereld te veroveren. Je zag het voor de start in Rio aan mijn gezicht: de smirk was er weer. Maar het was geen oprechte smirk, zoals in Beijing. Ik deed alsof – om de wereld, maar vooral ook mezelf te laten geloven dat het hartstikke goed met me ging. Dat ik nog steeds de race van mijn leven kon lopen, omdat ik het zo verschrikkelijk graag wilde.’

Zoals in Beijing. Wat een ongelooflijk hoogtepunt. Wereldkampioene op de 200 meter, en zilver op de 100 meter. Precies in het midden van ‘haar’ decennium.

Meerkamptalent

Een tijdvak dat begon met veelbelovende successen op de meerkamp. In het boek wordt aan die periode weinig aandacht besteed. Ze heeft dan al wel het een en ander over haar jeugd en karakter geopenbaard. Dat ze als 12-jarige nog duidelijk haar meerdere moest erkennen in Jamile Samuel. En dat ze een ‘makkelijk en rustig kind’ was, dat soms driftbuien kreeg ‘als ik mijn zin niet kreeg’. School interesseerde haar niet (al haalde ze de havo) en haar moeder maakte zich soms zorgen over het feit dat de buitenwereld haar soms ‘gewoon niet boeide’. Dat ze zich nogal geïsoleerd voelde. ‘Atletiek was mijn hele wereld en ging altijd voor.’ Ook ontdekte ze al vroeg dat er mensen zijn ‘die je je talent niet gunnen en dat niet iedereen te vertrouwen is.’

Weldra kwam ex-tienkamper Bart Bennema in beeld als jonge en leergierige coach op Papendal, waar ook Dafne al op jeugdige leeftijd werd gestationeerd. Tot Bennema’s opgaven behoorde ook zijn pupil te laten omgaan met tegenslag en verlies. Geen overbodige luxe. ‘Ik was zo fanatiek, en zo boos als ik niet won. Ik heb na een verloren wedstrijd weleens een hele rij fietsen omgetrapt waar mijn moeder bij was. Ik was een jaar of vijftien.’ (…) ‘Veel mensen snappen niet dat je zo boos kunt worden om een teleurstellende prestatie. Maar dat is gewoon hoe mijn brein ik elkaar zit. Ik wil zo graag, ik voel zo veel intrinsieke motivatie.’  

Maar vanaf zeker moment ging eigenlijk alles crescendo. Die eerste successen en hoogtepunten worden voor de meerkampliefhebber nogal kort door de bocht aangestipt. Voorbeeld. In 2010 wordt Dafne in het Canadese Moncton wereldkampioene op de zevenkamp voor junioren. En een jaar later in Tallinn Europees juniorenkampioene. Bij beide gelegenheden greep Kevin Mayer (sinds 2018 wereldrecordhouder op de tienkamp) de titel bij de mannen. Maar nee, überhaupt geen woorden over de concurrentie en wat er bij zo’n toernooi allemaal omheen gebeurt. Ook niet als we bij de Spelen van Londen (2012) zijn aanbeland waar ze Nederland als 20-jarige vertegenwoordigt en waar de Britse grootheid en lieveling Jessica Ennis zegeviert: de naam wordt niet genoemd. Ja, iets verderop lezen we wel over Claudia Rath, de Duitse zevenkampster die bij de WK 2013 van Moskou met Dafne tot het laatste onderdeel streed om het brons. Een duel dat door Dafne werd gewonnen na een adembenemend heroïsche 800 meter.

 

Winst op de 200 meter bij de zevenkamp in Götzis, 2014   

Verspringen was een van Dafnes beste onderdelen

Vrijwel niets ook vernemen we over het zich in die jaren ontwikkelende unieke kwartet Nederlandse zevenkampsters. Wel even over Nadine Broersen, die aanvankelijk kennelijk maar moeilijk kon verkroppen dat de twee jaar jongere Dafne haar al snel overvleugelde. Maar waar zijn Anouk Vetter en Nadine Visser, met wie ze halverwege het decennium immers kortstondig een uniek zevenkampensemble vormde? In Götzis 2015 – drie maanden vóór haar sensationele wereldtitel op de 200 meter in Beijing – was Schippers op weg naar een 6700 puntenscore en een tweede plaats achter Brianne Theisen-Eaton, maar moest op de afsluitende 800 meter wegens fysiek ongemak verstek laten gaan. Intussen eindigden, achter de Canadese winnares, Nadine Broersen als derde (6531), Nadine Visser als vijfde (6467) en Anouk Vetter als zesde (6458). Wat een weelde!

Dafne was op dat moment een van de beste zevenkampsters ter wereld en al de beste sprintster van Europa, zoals ze een jaar eerder bij de EK in Zürich had bewezen door zowel op de 100 (11.12) als de 200 meter (22.03 – tweede beste tijd op de internationale seizoenranglijst) de titel te grijpen.

Götzis 2015, uitleg aan journalisten over het afbreken van haar zevenkamp

Grieven

Dafne - mijn verhaal gaat veel over positieve en negatieve zieleroerselen tijdens haar aanvankelijk zo prachtige, maar later zo moeizame loopbaan. Natuurlijk, er worden lucratieve megacontracten met aansprekende sponsors in de wacht gesleept, er wordt goed verdiend, er is een kortstondige relatie met een bekende dj, broer Derek gaat haar management voeren, maar de keerzijde van de roem is niet gering. Er komen als superster ook veel minder genoeglijke zaken op je af.

Soms voel je als lezer ook helemaal met haar mee. Want wat moet je zeggen als je na een weergaloze prestatie tijdens de persconferentie meteen allerlei wantrouwende vragen op je afgevuurd krijgt over doping? En over die verdachte acne op je gezicht? Of als je NOS-man Jeroen Stekelenburg in Rio bijna verwijtend hoort vragen hoe dat nou kan: zilver. ‘Als je jezelf zo teleurstelt, voel je je enorm eenzaam achter zo’n microfoon. Verklaar jezelf maar eens. Leg maar eens verantwoording af over waarom jij je grootste droom niet hebt waargemaakt. Dat is zo’n wrede vraag, daar kun je toch helemaal geen antwoord op geven?’

Is het dan vreemd als je wat afhoudend, stug of onsympathiek overkomend reageert? Natuurlijk niet. Verderop in het boek, in retrospectief na afloop van haar carrière: ‘Het is positief bedoeld als mensen zeggen (…) dat ze me veel aardiger vinden dan ze hadden verwacht, maar het voelt soms ook verdrietig. Zagen mensen me dan als een soort monster? Zo erg was ik toch niet?’, verzucht ze zelfs.

Nogal wat grieven hebben betrekking op mannen als de gereputeerde Amerikaanse sprintcoach Rana Reider op wiens geroemde kwaliteiten ze aanvankelijk blindelings voer. En onder wiens strakke leiding het bij de WK 2017 – met haar prolongatie van de 200 metertitel – nog een keer goed ging. Maar van wie ze achteraf met enige wrok moet vaststellen: ‘Rana zag me als een project. Hij heeft nooit de mens in me gezien.’

Na Londen voelde ze zich afgestompt. ‘Ik had uit elkaar moet knallen van blijdschap en trots, maar ik voelde dat niet. (…) Dat was pijnlijk. Ik schrok ervan. Dacht: is dit het nieuwe gevoel dat hoort bij een wereldtitel. Is dit het echt?’ Afgestompt, ongevoelig. ‘Op het hoogtepunt van mijn carrière zat ik diep in de put.’

 

De raad van haar moeder om een hond (‘Sammy’) te nemen bleek een schot in de roos. ‘Hoe meer ik met haar bezig was, hoe minder de chaos in mijn hoofd woedde.’ Groot was het verdriet toen Sammy verongelukte. Maar samen met Mexx, haar tweede hond, ging het weer de goede kant op.

Sportief wordt het allengs ietsje minder, al pakt ze bij de EK in Berlijn 2018 toch nog brons op de 100 meter (10.99) en grijpt ze zilver op de 200 meter, vóór Jamile Samuel die derde wordt.

Snel na Reiders plotselinge en overhaaste vertrek eind 2018 naar Amerika komt Bennema weer in beeld. Vanaf de zijlijn was het Bart ‘natuurlijk opgevallen dat mijn souplesse, mijn mooie lange pas, mijn grote talent, verdwenen was bij Rana.’

Belangrijkste taak derhalve: het ‘terugkrijgen van mijn oude paslengte’, die in haar beste tijd 2.30 mat. ‘Dat bleek veel ingewikkelder dan gedacht. De kortere passen waren door het intensieve trainen zo ingesleten, die kregen we er niet zomaar weer uit.’

Tweede wereldtitel op de 200 meter, Londen 2017

En dan, in 2019, maakt Laurent Meuwly zijn entrée op Papendal, waar de Zwitserse coach onder meer de estafetteploegen onder zijn hoede krijgt. Een samenwerking die van meet af aan weinig soepel verloopt. ‘Laurent was autoritair en duldde geen tegenspraak. (…) Samen met hoofdcoach Charles van Commenée veranderde Laurent de sfeer in de nationale selectie: het werd hard, harder, hardst. (...) Prestatie was het enige dat telde.’

Tokio 2021

Anno 2021 was Dafne, ondanks fysieke problemen, nog steeds de beste sprintster van Nederland. Maar na de ‘corona-Spelen’ van Tokio volgde de mededeling dat er op Papendal geen plaats meer voor haar was. En eigenlijk kon ze ook wel begrip opbrengen voor het idee dat ‘ze niet meer wisten wat ze met me aanmoesten. Met mijn rug, met mijn techniek die maar niet meer op orde leek te komen, met mijn lichaam dat in de war was.’

Maar waarom, zo vraagt ze zich af, moest Charles van Commenée die mededeling doen nog geen twaalf uur na afloop van die ‘vreselijke corona-Spelen, van die nachtmerrie vol testen, opgesloten zitten, lege stadions, en races die in het water waren gevallen? Als iemand, kortom, echt in de put zit? Dat doe je toch niet?’

Tot die mislukte races behoorde het echec van de 4 x 100 meter-estafetteploeg. Aan de, ook in deze kolommen, veelbesproken finale-wissel tussen startloopster Nadine Visser en Dafne (en de daaropvolgende onmin tussen Dafne en derde loopster Marije van Hunenstijn) worden diverse pagina’s gewijd. Voorafgegaan door een verhelderend citaat over de kunst van het wisselen. ‘Een wissel in de estafette is intimiderend. Je moet op volle snelheid op de volgende loper inlopen, alsof je dwars door haar heen wilt denderen. Daarmee verlies je de minste vaart en tijd. Maar wat je vaak ziet is dat de eerste loper toch wat snelheid mindert en een beetje achterover gaat hangen, waardoor het stokje minder snel van hand wisselt. Om volle snelheid te durven houden moet je volledig op elkaar vertrouwen, en dat vertrouwen ontstaat op basis van ervaring.’

Zelf was Dafne zich ervan bewust dat ze in de halve finale iets te vroeg wegging, waarna Visser haar nog maar op het nippertje kon bereiken. Dus stelde ze estafettecoach Laurent Meuwly voor om de afstand tussen Nadine en haar een beetje te verkleinen. ‘Maar Laurent was overtuigd van zijn eigen gelijk. “Nee,” zei hij, “ik ben de coach en ik wil dat je een voetje extra doet”. Dat was totaal onlogisch. Ik zou dan nog verder van Nadine starten, wat betekende dat zij harder op me moest inlopen dan ze in de series had gedaan en dat we nog scherper moesten wisselen.’

De wissel ging dus helemaal de mist in. En Dafne was de boeman. ‘Mijn Spelen waren al immens teleurstellend geweest. Dit kon er ook nog wel bij.’ Vervolgens: ‘Natuurlijk had ik mijn gelijk kunnen proberen te halen over de mislukte wissel. Ik had de cijfers in handen, en cijfers liegen niet. Maar het zou zo veel discussie opleveren en zo veel energie kosten. Daar had ik geen zin in.’

(Blijft de vraag: hoe zagen die cijfers er dan uit? Daarover laat Dafne ons in het ongewisse. Vandaar dat ik Meuwly een paar vragen voorlegde: zie kader) *

 

Het was zo groots

Op de afsluitende pagina’s mijmert Dafne: ‘Het is soms moeilijk te bevatten wat ik met mijn prestaties voor mensen heb betekend (…). Het is zo groots wat er gebeurde, ik denk dat ik zelfs nu nog vaak niet besef hoe groots het was.’

Ware woorden. Maar in een boek als dit kun je natuurlijk niet steeds de loftrompet over jezelf steken. Niet voor niets pleitte ik na Dafnes afscheid op deze website voor een serieuze ‘diepgravende biografie van het fenomeen Dafne Schippers’. Die is er met Dafne - mijn verhaal nog niet gekomen. Wel is het interessant materiaal waaruit we het nodige wijzer worden over Schippers’ emoties, karakter, kwetsbaarheid, grieven en prestaties. Dit boek is haar verhaal. Boeiend genoeg. Nu nog wachten op de schrijver die het hele verhaal gaat vertellen. Zodat we naast de ‘binnenkant’ ook meer over de ‘buitenkant’ kunnen lezen: Dafnes vaak fantastische optredens en prestaties op de baan tussen pakweg 2010 en 2020. Dafnes decennium.

Dat brengt ons terug naar die te summiere opsomming van Dafnes records achterin het boek – die we hier alvast even aanvullen.

60 meter: 7.00 (2016) NR

100 meter: 10.81 (2015) NR

200 meter: 21.63 (2015) NR en ER

4 x 100 meter (Jamile Samuel, Dafne Schippers, Tessa van Schagen, Naomi Sedney): 42.04 (2016) NR tot 2025

verspringen: 6.78 (2014) NR tot 2025

zevenkamp: 6545 (2014) NR tot 2016

Indrukwekkend!