De kunst van het pieken op een belangrijk toernooi (2)
29 augustus 2025
door Bert Vreeswijk
foto’s: Erik van Leeuwen en Bert Vreeswijk
Inleiding
In deel 1 van ons tweeluik over de kunst van het pieken, gaf meerkampbondcoach Ronald Vetter ons een inkijkje in de wijze waarop hij zijn meerkampatletes begeleidt en hoe hij sturing geeft aan het lange proces wat voorafgaat aan een belangrijk meerkamptoernooi. Alles in dat proces moet in dienst staan ván en gericht zijn óp dat ene doel. En dat is dit jaar voor onze Nederlandse meerkampsters het wereldkampioenschap in Tokio (13 tot 21 september). De zevenkamp wordt op vrijdag 19 en zaterdag 20 september afgewerkt.
In deel 2 komt Charles van Commenée aan het woord met zijn expertise en jarenlange ervaring met topatletes als olympisch kampioene Denise Lewis (Sydney 2000) en tweevoudig wereldkampioene (2019 en 2023) Katarina Johnson-Thompson. Hij gaat onder meer in op de mentale aspecten die bij de meerkamp een belangrijke rol spelen.
Aansluitend komt nog kort de Amerikaanse coach Harry Marra aan het woord.

Roand Vetter (links) en Charles van Commenée, de beide geïnterviewden van deze tweeluik.
Deel 2: Pieken tijdens het WK
door Charles van Commenée
Inleiding
Bij het bepalen van de voorbereiding op de meerkamp, die zo’n twaalf maanden in beslag neemt wordt rekening gehouden met het volgende:
1 Adaptatieprincipes (timing van supercompensatie, omkeerbaarheid, specificiteit). Dit bepaalt in welke frequentie trainingsbouwstenen terugkomen in de training en met welke impact
2 Begrip van effectief motorisch leren
3 Individuele belastbaarheid
4 Individuele sterkte/zwakte profiel
Trainingsplan op maat
Het individuele profiel en de individuele belastbaarheid maken het in combinatie met de vele technische ingrediënten die in de meerkamptaart zitten moeilijk een algemeen geldende strategie te beschrijven. Bijvoorbeeld een zevenkampster met een kwetsbare elleboog en een gezonde enkel zal een ander trainingsjaar kennen dan een zevenkampster met problematische enkel en een goed belastbare elleboog. Ook is altijd belangrijk: hoeveel punten zijn er realistisch gesproken te behalen bij speerwerpen en hoogspringen voor deze atlete en hoeveel inspanning en tijd gaat dat kosten? Die afweging zal voor de ene atlete een andere uitkomst opleveren dan voor de andere. Kennis van de puntentabel en kennis van de belastbaarheid van de atleet zijn hierbij van belang. De afweging wordt gemaakt tussen risico op blessures en realistische puntenwinst.
Om al deze redenen ziet het trainingsschema van bijvoorbeeld Anouk Vetter er heel anders uit dan dat van Katarina Johnson-Thompson en weten ze beiden toch vaak te presteren op het belangrijkste moment. Wat overeenkomt is, dat ze op hetzelfde moment zijn uitgerust! En daar gaan zo’n 3 weken aan afgenomen trainingsarbeid aan vooraf. Datzelfde gold voor bijvoorbeeld Jessica Ennis, Kelly Sotherton en Denise Lewis. De laatste 3 dagen zijn erg individueel bepaald, maar omvatten als vuistregel twee rustdagen.
‘Ik had het geluk dat ik Charles van Commenée als mijn coach aan mijn zijde vond, die heeft het beste in mij naar boven gehaald’
Denise Lewis, Olympisch kampioene de zevenkamp in Sydney 2000

Denise Lewis behaalde op de Spelen in Sydney onder leiding van Charles van Commenée olympisch goud op de zevenkamp
Mentale vaardigheden
Van groot belang bij het presteren op de WK zijn de mentale vaardigheden van de atleet. Een van de arena-skills is om niet afhankelijk te zijn van zelfvertrouwen. Zelfvertrouwen is er namelijk niet altijd, en zeker niet op alle onderdelen, bijvoorbeeld door gebrekkige voorbereidingstijd i.v.m. blessures of simpelweg omdat het op dat moment niet lekker loopt. En toch zal er gepresteerd moeten worden. Van belang is dat de atleet erop getraind is om zich in dat geval voor 100% te kunnen richten op de uitvoering van de enkelvoudige taak (het lopen van de bocht bij hoog, het ritme bij speer etc.) Als er bij het binnenlopen van het stadion sprake is van onzekerheid, angst voor puntenverlies of overmatige nervositeit, neemt dat hersencapaciteit in die beschikbaar zou moeten zijn voor het uitvoeren van de taak. Overmatige nervositeit is mijns inziens dan ook een kwestie van niet goed voorbereid zijn, of ongeschikt zijn. In het ‘prikkelrijke’ WK-stadion is het van belang dat het succesvol uitvoeren van de taak een relatief eenvoudige opgave wordt.
Codetaal in de coaching
Geen gedetailleerde samengestelde taak meegeven is cruciaal in de coaching. De feedback in de warming up en eventueel tussen pogingen in zou idealiter beperkt moeten zijn tot 1 woord, omdat het verwerken van informatie altijd remmend werkt en er in de wedstrijd juist ruimte moet zijn ‘for the animal to come out’.
Om een voorbeeld te geven. Katarina Johnson-Thompson wordt bij kogelstoten gecoacht met slechts 1 van de 3 volgende woorden: discipline, load of explode. Achter elk woord zit een jaar van uitpluizerij welk woord de lading dekt voor de op dat moment ‘noodzakelijke’ correctie. Een woord dat betekenis heeft voor haar en bij haar een snaar raakt, maar bij anderen van geen waarde zou zijn. Andere fouten die zich mogelijk voordoen worden dan gelaten voor wat ze zijn en absoluut NIET genoemd.

Charles van Commenée coachend vanaf de tribune, veelal in codetaal met zijn atletes
Bij het horen van het woord ‘discipline’, weet Katarina dat ze tijdens de aanglij haar voet niet volledig onder zich heeft geplaatst en de stootactie te vroeg wordt ingezet. Tien andere (technische) woorden vielen gedurende het trainingsproces af, omdat ze bij haar niet resoneerden. Zij wenste op een bepaald moment echter niet in de kogelstoottraining voor ‘ongedisciplineerd’ uitgemaakt te worden. Dat raakte haar, discipline werd toen háár codewoord.
Zo weet Katarina ook, dat als ze het woord ‘load’ hoort, dat in het midden van de ring haar knie in een scherpere hoek moet landen. Zij verving na een hoop gepuzzel het woord ‘boom’ door ‘ex-plóde’, omdat de twee lettergrepen haar doen invoelen dat ze de kogel over een langer traject moet versnellen dan die ene milliseconde die het een letterwoord ‘boom’ inneemt. Zo ontwikkelen atleet en coach hun eigen onderlinge codetaal. Zij neemt de woorden zelfs met een plaatje in haar veters mee, om haar eraan te herinneren dat brainspace niet wordt ingenomen door iets anders (de wereldkampioene liet jarenlang faalangst bij kogelstoten toe ten koste van focus). Maar bij voorkeur zegt de coach niets bij een WK, het gepraat zou in de voorbereiding al gedaan moeten zijn.
Je wapenen door scenario’s in te beelden
Tot slot dient gezegd te worden dat het raadzaam is om als meerkampster zich bepaalde scenario’s in te beelden in de training. Enkele voorbeelden zijn hier: 2 x ongeldig met verspringen, plotseling winstkansen hebben vooraf aan het laatste onderdeel, winstkansen hebben tijdens de race terwijl de directe concurrente veel sneller is. Wat doe je dan wel en niet? Zo liep Denise Lewis elke 800m training een imaginaire race met in haar hoofd haar meerkampconcurrentes Ghada Shoua of Eunice Barber bij een bepaalde stand.
-----------------------------------------------------------------------------------------------
Harry Marra
Als afsluiting van ons tweeluik komt de succesvolle Amerikaanse meerkamptrainer Harry Marra aan het woord. Marra was o.a. de coach die ex-wereldrecordhouder op de tienkamp (9045) en tweevoudig olympisch kampioen Ashton Eaton naar de wereldtop voerde en ook het beste haalde uit zevenkampster Brianne Theisen-Eaton (6808), o.a. tweevoudig winnares van de befaamde Hypomeeting-meerkamp Götzis.

Harry Marra coachte Brianne Theisen-Eaton o.a. twee keer naar winst in de prestigieuze Hypomeeting in Götzis
Harry Marra verwoordde het fenomeen pieken als volgt:
Geduld en focus
‘Alle meerkampcoaches dienen voortdurend in het trainingsproces de zwakke en sterke punten van de atleten die zij trainen te evalueren. Met die gegevens dien je als coach een goed afgestemd jaarplan te maken voor elke individuele atlete/atleet. Waarin elke discipline specifiek individuele aandacht dient te krijgen. Geen meerkamper is namelijk hetzelfde, eenheidsworst is er dus niet bij. Wat verder van belang is, dat je als coach niet te veel aandacht schenkt aan 1 aspect van het totale trainingsplan! Als voorbeeld waar dit fout ging wil ik hier aanhalen de bronzen medaille-winnaar op de tienkamp van de Olympische Spelen van 1968, de Duitser Kurt Bendlin, ex-wereldrecordhouder (8328) op de tienkamp. Hij vertelde mij dat het pieken bij hem totaal de mist in ging in dat olympische jaar, omdat hij veel te veel aandacht schonk aan de krachttraining, waardoor andere elementen er onder gingen lijden.
Wat ik hier wil zeggen is dat meerkampsucces en progressie is te vergelijken met stoofpotgerechten in de maaltijdbereiding, het is een LANG en TRAAG proces, waarbij ieder aspect zich ten volle kan ontwikkelen. Anders gezegd, je kan morgen goed zijn in de meerkamp, maar je kan met een ‘langere termijn visie’ veel beter worden. Mits je tenminste een goed klinkend ontwikkelings-trainingsprogramma aanhoudt, geduld en focus op dat ene doel, daar draait het dus mijns inziens om in de meerkamp, om optimaal te kunnen oogsten op het juiste moment.’
Meer bronnen
Meer info over de coaches Ronald Vetter en Charles van Commenée kunt u vinden op onze site onder het item Artikelen.
Over Ronald Vetter: Ronald Vetter, de coach die altijd levert.
Over Charles van Commenée: Vakman Charles van Commenée deelt kennis en reikt meerkamptips aan.