Home » Artikelen » 28 dec Tempomakers in de atletiek deel 1

Tempomakers in de atletiek deel 1

door Bert Vreeswijk

Een ‘haas’ finisht zelden

Waar komt het ingeburgerde spraakgebruik over hazen in de atletiek eigenlijk vandaan? Als je de literatuur over hazewindhondenraces er op naslaat, die eeuwen geleden al plaatsvonden in met name Engeland en Amerika, vinden we daar vermoedelijk het antwoord. Het waren races waarin greyhounds en andere hondenrassen op een baan van 280 meter achter een voortgetrokken kunsthaas aan renden, met een snelheid die wel op kon lopen tot 60-65 km/u. Zo’n rondje loopt de greyhound in slechts 18 seconden! Het jachtinstinct van de honden doet de rest.
Het idee van dit soort jachtraces in de atletiek is de laatste decennia vooral bij grote wedstrijden ingevoerd om tot betere prestaties te komen. En het werkt! Maar over de vraag of het door het publiek gewaardeerd wordt verschillen de meningen nogal. Twee door de wol geverfde ervaringsdeskundigen op het gebied van het ‘hazen’, te weten Stephan Kreykamp (42) en Bram Som (39), delen hun kennis en ervaringen met ons in een tweeluik. Stephan bijt de spits af, waarna Bram in deel twee zijn expertise met ons zal delen. 

Stephan, hoe kwam jij als atleet met het haaswerk in aanraking?
‘Ik was  al op mijn 17e lid van atletiek club Oss Volo uit Den Bosch en was een getalenteerde junior die nooit is doorgebroken. Tijdens mijn laatste actieve jaren trainde ik zeven tot acht keer in de week puur voor mijn plezier. Toch liep ik de 800m in 1.50.00 en de 1500m in 3.47.95. Na mijn middelbare school heb ik anderhalf jaar in Amerika gestudeerd (UTEP) waarna ik op zoek was naar een goede plek om studie en sport te combineren. Ik was inmiddels lid van atletiekvereniging De Keien in Uden geworden. Dat was voor mij een goede uitvalbasis om werken. Naast mijn studie in Nijmegen aan de PABO werkte ik als huismanager voor Gobal Sports Communications (GSC), het bedrijf van Jos Hermens. Zo kwam ik in aanraking met topatleten waarmee ik zo veel mogelijk probeerde te trainen.’

Voor welke toplopers heb jij indertijd tempo mogen maken?
‘Op een dag vroeg Jos me om éérste haas te zijn voor Haile Gebrselassie, in Duitsland. Dat beviel bijzonder goed en een paar jaar was ik vaste haas van Haile tijdens baanwedstrijden. Daarnaast heb ik ook incidenteel gehaast voor Hicham El Gerrouij, Kenenisa Bekele en Eliud Kipchoge. Na het einde van mijn hardloopcarrière ben ik een aantal jaar werkzaam geweest als manager, zowel voor GSC als voor mezelf. Ook in die hoedanigheid kreeg ik veel te maken met hazen.’

Waar haalde je de voldoening uit?
‘Ik was altijd de eerste haas, degene die het juiste tempo moest aangeven en rust bracht na een vaak chaotische start. Na mij kwamen dan nog één of twee andere hazen die moesten proberen om het aangegeven tempo zo lang mogelijk vol te houden. Als eerste haas wordt je vaak ingezet voor wedstrijden tussen de 1500 m t/m 5000 m. Belangrijk voor mijn functie was het goed aanvoelen van een race. Zo liepen Haile en ik een keer een mijl (1609 meter)-wedstrijd in Schotland waar geen andere hazen waren. Haile had een ontzettend slechte start en toch was het de bedoeling om alle andere atleten halverwege kwijt te raken. Als zoiets lukt voel je daar als haas ook veel voldoening van.
Het behalen van de juiste tijd is ook een belangrijk criterium. Toen Haile zijn wereldrecord liep op de 5000 m indoor in Birmingham, liep ik precies op een tiende van een seconde de vereiste tijd. Ook dat zijn prestaties waar je dan trots op bent, zeker gezien de hectiek die rondom zo’n wedstrijd plaatsvindt. Bovendien krijg je als haas altijd wel veel respect van het publiek.’ 

Wie benaderde jou om te komen hazen en welke afspraken werden er gemaakt?‘Ik werd als haas geplaatst via Global Sports Communications, vaak gekoppeld aan de toploper in het veld. Dat gebeurt nog steeds veel. Bij kleinere wedstrijden organiseert de wedstrijd zelf een haas. In de technical meeting de dag van te voren wordt vastgesteld hoe snel er gelopen zou moeten worden. Vaak wordt dit in de hectiek van het laatste uur nog een beetje scherper gesteld. Aangezien de start vaak snel verloopt is het eigenlijk zaak om na de 100, 200 m het juiste tempo te lopen. Als haas loop je dan het juiste tempo met de winst van die eerste 100 m. Iedereen tevreden! 
De organisatie heeft natuurlijk ook zelf ideeën bij de wedstrijd. Ik heb wel eens een wereldrecordpoging aangekondigd horen worden door de speaker, terwijl het vrij duidelijk was dat dat er niet in zou zitten.’ 

Een haas finish zelden?
‘Er bestaat geen regel dat een haas niet mag finishen. Op de baan heb ik echter maar zelden meegemaakt dat dit gebeurde, en vaak heeft de haas het dan ontzettend moeilijk op het laatste stuk. Op de weg heb ik regelmatiger meegemaakt dat dit voorkwam. Het is dan de atleet die aangeeft verder te willen. Vaak wordt dan contact gezocht met de organisator om dit even kort te sluiten. In Oslo heb ik zelf als haas wel eens meegemaakt dat een andere loper Haile bijhield en dat, nadat wij als hazen ons werk erop hadden zitten, het tempo drastisch langzamer werd omdat er een tactische race ontstond. Je wordt trouwens nooit alleen maar haas, je geniet als atleet toch méér wanneer je de finish haalt” 

Maakt het inzetten van hazen volgens jou de wedstrijden aantrekkelijker?
‘Eigenlijk vind ik dat het gebruik van hazen de atletiek in marketingtechnisch opzicht niet beter heeft gemaakt. De tijden vallen veel vaker tegen dan dat er wél targets gehaald worden. Zo zadel je het publiek op met een negatieve ervaring. De strijd om de winst is veel spannender om naar te kijken. Zeker als het gaat om afstanden met veel rondjes. Als je tijdens het tv-kijken langs boksen, darts of tennis zapt, krijg je al heel snel een voorkeur voor de één of de ander. Je blijft kijken om te zien wie er gaat winnen. Het gebruik van hazen ontneemt de kijker vaak die spanningsbeleving.’

Tot slot, Afrikaanse of Europese hazen?
‘Een haas die als een kip zonder kop ver voor het deelnemersveld uitloopt heeft geen enkele meerwaarde. Zo zijn Europese lopers tempovaster dan de meeste Afrikanen. Je moet als haas rust uitstralen en in dienst van een ander kunnen functioneren. Een haas moet vooral het goede tempogevoel hebben, dat moet in je zitten. De vaardigheid van de start is ook heel belangrijk. Weggestopt aan de buitenkant van de baan, is het belangrijk om in de eerste 100 m controle te nemen over het veld, terwijl je tegelijkertijd het juiste (vaak langzamere) tempo aanneemt, Europese lopers voelen dit goed aan.’

Foto links, Stephan Kreykamp: 'Ik was zo blij met de omhelzing van Haile na afloop van de race' 

Heb je nog enkele adviezen voor adspirant-hazen?

  • Liever net te kort doorlopen dan te ver en het veld in een te langzaam tempo achterlaten.
  • Maak jezelf van te voren bekend aan alle atleten, zodat zij weten wat en hoe, en hoever je doortrekt.  
  • Gebruik de grote schermen om te zien hoe het veld eruit ziet.
  • Zorg ervoor dat je tussentijden door krijgt. Ik heb altijd ervaren dat een grote klok veel beter werkt dan iemand die tijden doorgeeft (het helpt ook als er een duidelijke afspraak is dat niemand voor die klok gaat staan). Een horloge heb ik zelf nooit gehad en ook nooit gebruikt.
  • Is het veld langgerekt: langzaam naar de buitenbaan. Is het veld breder: duidelijk naar de buitenkant of de binnenkant opzoeken en zorg dat je niet in de weg loopt, ook niet voor de lopers verder achterin het veld!

Mooie anekdote van Stephan 
‘Arnoud Okken (pr: 1.45.64) liep een 800 m wedstrijd in Duitsland en ik vertegenwoordigde hem als manager. Olympisch- en oud wereldkampioen Youri Borzakovski liep ook mee (pr: 1.42.47). Die vroeg de dag van te voren zo’n bizar aanvangstempo dat iedereen al wist hoe dat zou aflopen. Wij vroegen of Arnoud in de B-race mocht lopen, en de dag erna gebeurde wat wij al hadden verwacht. De haas liep het gevraagde tempo, en niemand volgde, met Youri zoals gewoonlijk helemaal achteraan. Borzakovski won uiteindelijk wel, maar de tijden vielen zwaar tegen omdat de race een zooitje was. Gelukkig voor Arnoud, die zich nog moest plaatsen voor een toernooi. De haas van de A-race was ontzettend boos, omdat hij voor schut was gezet. Zo boos, dat hij nog wel wat recht had te zetten, en de B-race ook wel wilde hazen. Uiteindelijk liep Arnoud de B-race zo hard, dat hij de wedstrijd won in een tijd die sneller was dan de A-race. Zo werd hij de uiteindelijke overall winnaar!’