Home » Artikelen » 28 juli Leegte na Bolt

De Olympische Atletiek in Tokio

Leegte na Bolt

 

door Kees Sluys

 

Het afscheid van Usain Bolt, al weer vier jaar geleden, doet zich in Tokio duchtig gevoelen. Iemand enig idee van een favoriet op de sprintnummers?
Tot zijn dopingverdenkinggerelateerde uitsluiting kon Amerikaan Christian Coleman aanspraak maken op de troonopvolgersrol. Zijn tijd (9.76) bij het WK in Doha 2019, en zijn voorsprong op resp. Justin Gatlin (9.89) en Andre De Grasse (9.90) verriedden suprematie.
In de tussentijd is er niets spectaculairs gebeurd. Nou ja, Gatlin is eindelijk niet meer van de partij. En interessant is natuurlijk wel dat 400 meterman Fred Kerley (pr: 43.64 uit 2019, dit seizoen 44.60) zich dit jaar op de 100 en 200 meter heeft gericht. Vooralsnog met redelijk succes: bij de VS-trials eind juni werd hij derde in 9.86, achter Trayvon Bromell (9.80) en Ronnie Baker die 9.85 scoorde. Bromell is de enige die er een beetje bovenuit steekt, getuigde ook de 9.77 die hij begin juni op de klokken bracht.
Afgezien van Zuid-Afrikaan Akani Zimbine – de nummer 4 van Doha – die begin juni in Hongarije een formidabele 9.84 noteerde, zien we in de seizoentoptien überhaupt alleen maar Amerikanen.

Jamaica

Dat is wel eens anders geweest; waar blijft Jamaica? Op een gedeelde elfde plaats pas staat oudgediende Yohan Blake als eerste representant van wat tot voor kort als de sprintnatie van de wereld gold. Zijn begin juli gelopen 9.95 is natuurlijk niet slecht, maar een klinkend boegbeeld kunnen we de 32-jarige zeker niet meer noemen. Op een gedeelde 21ste plaats met 10.00 van de seizoenranglijst verschijnt dan pas de naam van de 28-jarige Tyquendo Tracey. Misschien moet de hoop (voor Parijs 2024) worden gevestigd op de jeugdige Oblique Seville, die dit jaar bij de trials in Kingston 10.04 scoorde.
Intussen is het allemaal nog wel een stukje beter dan wat Nederland laat zien. Want ook een tijd van 10.18 (gelopen door de Jamaicaanse verspringwereldkampioen van Doha (8.69) lag dit seizoen buiten bereik voor onze sprinters. Van hen staat Joris van Gool, startloper van onze (overigens niet te onderschatten) 4 x 100 meterploeg met zijn op 13 mei gelopen 10.32 als beste Nederlander op een gedeelde 289ste plaats genoteerd.

De 200 meter

Ook op de 200 meter zijn de Amerikanen in Tokio favoriet. Noah Lyles kennen we van het WK in Doha 2019 waar hij in 19.83 de titel veroverde (19.83 – inderdaad exact de tijd waarmee Tommie Smith op hoogte in Mexico 1968 olympisch kampioen werd). Het zou ‘Bolt-waardig’ zijn als Lyles zijn fraaie, in Lausanne gelopen pr van 19.50 uit 2019,  in Tokio weet te kraken. Bij de VS-trials won hij de afstand in een mooie 19.74 en liet weten dat er nog wel meer in het vat zit. Hij wordt bij de Spelen vergezeld door Kerley, snelle starter Kenny Bednarek (19.78) en het 17-jarige supertalent Erriyon Knighton (19.84). Wordt hij dan op termijn de ‘nieuwe Bolt’?
Ook hier is Jamaica ver weg. Men moet het doen met Blake (snelste seizoentijd 20.18), de even oude Rasheed Dwyer, die tot nu toe 20.17 klokte en Julian Forte (20.22).
Taymir Burnett is de enige vaderlands sprinter die in de startblokken plaatsneemt. Zijn beste tijd dit jaar: 20.62.

De vrouwen

Zéér goed doet Jamaica het nog steeds bij de vrouwen. Nu VS-fenomeen Sha’Carri Richardson (nota bene wegens marihuanagebruik) op de 100 meter is uitgesloten, mag 34-jarige Shelley-Ann Fraser-Pryce zich opmaken voor prolongatie van haar in 2008 en 2012 vergaarde 100 meter-titels. Daarvoor staat de 10.63 van deze zomer ongetwijfeld garant.
Ook haar 200 metertijd van 21.79 biedt medailleperspectief. Concurrentie op beide afstanden is te verwachten van landgenote Shericka Jackson, de 400 meterloopster die een Kerley-gelijke switch maakte: het leverde haar dit jaar al resp. 10.77 en 21.82 op. En natuurlijk van regerend olympisch kampioene Elaine Thompson-Herah, die vooral op de 100 meter met 10.71 indruk maakte.
De 200 meter belooft sowieso een heerlijk gevecht te worden. Met als kandidaatfinalistes ook nog de Europese dubbelkampioene Dina Asher-Smith (dit jaar ‘slechts’ 22.06), de 24-jarige Amerikaanse kampioene Gabby Thomas (21.61 bij de trials) en Shaunae Miller-Uibo, die dit seizoen overigens ook nog niet onder de 22.00 kwam (22.03).

Nederland

Temidden van dit geweld zullen de Nederlandse vrouwen zich trachten staande te houden. Gezien hun beste seizoentijden lijkt het een schier onmogelijke opgave om ver door te dringen. Marije van Hunenstijn gaat met 11.28 in de blokken. Jamile Samuel met resp. 11.29 en 22.93. Zilveren medaillewinnares van Rio, Dafne Schippers, staat er met 11.15 en 22.70 nog het best voor.  Maar heeft inmiddels besloten zich alleen op de 200 meter te richten. Dat geldt overigens ook voor Jamile Samuel.

100 meter vrouwen

30 juli: series 04.40

31 juli: halve finale 12.15 / finale 14.50

100 meter mannen

31 juli: series 12.45

1 augustus: halve finale 12.15 / finale 14.50

200 meter vrouwen

2 augustus: series 03.30

2 augustus: halve finale 12.25

3 augustus: finale 14.50

200 meter manne:

3 augustus: series 04.05

3 augustus: halve finale 13.50

4 augustus: finale 14.55