De werpvijfkamp is de meerkamp voor de fijnproever
11 juli 2026
door Bert Vreeswijk
Laten we eerlijk zijn: de spotlights van de atletiekwereld schijnen meestal de kant op van de afgetrainde Mila-lopers, de acrobatische polsstokhoogspringers of flitsende atletische hordelopers. Dat is begrijpelijk. Maar de échte atletiekliefhebber, die oog heeft voor de meest pure atletieksport, kijkt ook ergens anders naar. Die zoekt geregeld ook de uithoek van het atletieksportpark op. Daar waar de discuskooi staat en het gras is weggesleten en de lucht dik is van het magnesiumpoeder. Daar vind je de mannen (en vrouwen) van de werpvijfkamp. Een discipline die door het grote atletiekpubliek helaas, als een ondergeschoven kindje, ten onrechte wordt ondergewaardeerd, maar in feite de puurste vorm is van de atletieksport.
De werpvijfkamp-‘familie’ zoals ik die heb ervaren, voelde aan als een warm bad
Zelf mocht ik als oudere master tussen mijn 55e en 64e jaar de fijne sfeer proeven die er tijdens werpvijfkampen heerst. Ik heb er in die tijd echt van genoten en kan het elke oudere atleet aanraden. Mijn prestaties waren in die jaren van een bescheiden formaat. Met mijn achtergrond als tienkamper was de techniek van het kogelstoten, discuswerpen en speerwerpen mij wel bekend, maar kogelslingeren en gewichtwerpen waren compleet nieuw voor mij. Ik besloot om op beide disciplines te gaan oefenen. Wat ik mij daarvan nog goed kan herinneren is dat ik heel wat keren zelf bij het gewichtwerpen de kogelring uit vloog en verdwaasd op mijn snufferd lag, buiten de ring. En dat het slingergewicht een schamele paar meters verder in het gras neerplofte. Het moet ongetwijfeld een hilarisch tafereel zijn geweest! Maar ik gaf niet op en na verloop van tijd – nadat ik de moed verzamelde om eens een wedstrijdje te proberen – kreeg ik van de befaamde Limburgse werpvijfkampgoeroe Jan Titulaer (78) wat tips die mij verder hielpen om het kogelslingeren en gewichtwerpen wat beter onder de knie te krijgen. Maar Jan liet niet na, om na zijn adviezen toentertijd, ook fijntjes op te merken dat ik met mijn 68 kg nu niet bepaald het figuur had voor een werpvijfkamper.
Maar hij triggerde mij met die opmerking juist wel een beetje, waardoor ik des te fanatieker werd om de slingertechnieken te leren. Dan ging ik soms op vrije middagen naar het Typhoon-atletiekcomplex en voelde ik mij, met een kruiwagen vol werpmateriaal, alsof ik in een speeltuin was en genoot van die trainingen. Uiteindelijk maakte ik mooie vorderingen, met dank aan Jan Titulaer (1) voor zijn oefeningen met de bezemsteel! En ik heb genoten in de tijd dat ik mij onder de werpvijfkampers-‘familie’ bevond. Het voelde als een warm bad en ik kan het elke Master aanbevelen. Je bent namelijk nooit te oud om aan baanatletiek te doen, ook niet voor deze prachtige werpvijfkampdiscipline.
De beheersing van 5 totaal verschillende werpdisciplines
De werpmeerkamp is de meerkamp voor de fijnproever. Waar de ‘gewone’ meerkampers zich bezighouden met meer gangbare onderdelen zoals o.a. sprinten, hordelopen en polsstokspringen, kiest het werpvolk voor het pure onversneden handwerk. Waarin zij achtereenvolgens kogelslingeren, kogelstoten, discuswerpen, speerwerpen en gewichtwerpen op één dag afwerken. Hierbij worden met een speciale gehanteerde tabel voor elke behaalde afstand punten toegekend. Tijdens de wedstrijden wordt er gewerkt met leeftijdsklassen van 5 jaar, te beginnen vanaf 35+. Elke leeftijdsklasse heeft ook zijn eigen wedstrijdmateriaal qua gewicht (zie tabellen 1). Aan het eind van de werpvijfkamp worden alle behaalde punten opgeteld en is de uitslag van de wedstrijd een feit.
Tabellen 1 Reglementair gewicht van de werpmaterialen voor mannen en vrouwen. Uit: Handbook-Manuel 2007-2009, WMA Masters Athletics (IAAF)
Het kogelslingeren, hakken-ballen-hakken-ballen
De werpvijfkamp begint vaak al vroeg in de ochtend, maar allereerst worden alle werpmaterialen door een jury zorgvuldig en nauwkeurig gewogen en gemeten. Dan begint de wedstrijd met het onderdeel kogelslingeren. Een onderdeel dat iets weg heeft van een combinatie van discuswerpen en een Weense wals – maar waarbij de rondgedraaide kogel aan de staaldraad de werper voortdurend uit balans dreigt te trekken. Eerst wordt er door de atleten specifiek ingeworpen, nadat elke atleet de zo kenmerkende draai over de ‘hakken naar de bal van de voet’ nog even uitvoert. Dit soort specifieke war-ming up is voor deze atleten veelal belangrijker dan warmlopen, want vijfkampers zie je dit zelden doen. De concentratie van de atleten is tastbaar en de ogen van alle deelnemers zijn gericht op de man die de ring instapt. En het is zo mooi (dat vind je nauwelijks terug bij ‘normale’ atletiekwedstrijden) dat de medeatleten en concurrenten elkaar tips geven! Je hoort dan vanaf de zijkant ‘denk om lange armen Henk’ of ‘rustig beginnen en langzaam versnellen Jan’ of ‘laag blijven Fred’. Na een goede worp of PR zijn er ook de complimenten of volgt een oprechte high-five of klop op de schouders.
De techniek van het kogelslingeren moet perfect zijn, want wie de timing mist lanceert de kogel niet tussen de smalle netopening richting de werpsector, maar rechtstreeks in het net van de werpkooi, waar je dan zelf het projectiel uit mag zien te vissen. En dat levert menigmaal hilarische momenten op.
Het pure explosieve kogelstoten
Daarna volgt het kogelstoten, geen ‘gooien’ (zoals de leek weleens durft te roepen waarna hij direct wordt getracteerd op een vernietigende blik van de echte atletiekkenners) maar stoten vanuit de nek! Hier zie je de echte explosieve krachtpatsers. Mannen en vrouwen die de kogel vol overtuiging met een oerkreet wegstoten, alsof ze persoonlijk ruzie hebben met de zwaartekracht. Hier gelden de wetten van de zwaartekracht en van de biomechanica. Het gaat niet om ruwe domme kracht, maar om techniek in combinatie met explosieve kracht vanuit het hele lichaam. Bij de aanglij het standbeen onder het lichaam trekken, de kracht vanuit een golfbeweging vanuit de voet, knie, heup en torsie van de romp met de stootarm het laatste stukje versnellen, waarbij er bij de uitstoot een goed ‘blok’ wordt gezet. En elke vijfkamper kent het gevoel, dat als de kogel de hand verlaat, hij of zij al weet dat het een goede worp is waarna een enthousiast vreugdesprongetje volgt en een welgemeende felicitatie van de mede-atleten.
De discusworp vraagt om timing en perfectie
Bij het discuswerpen komt de wind om de hoek kijken. De atleten hebben graag de wind tegen, zodat de weggeworpen discus een lift krijgt en het projectiel een stuk verder kan landen. En dat levert dan weer belangrijke punten op. Bij de twee-en-een-halve draai in de 2.50 meter diameter discusring is de balans cruciaal. Deze techniek vergt weer een heel andere technische vaardigheid. Een fractie van een graad verkeerd en de discus dwarrelt door de lucht als een aangeschoten vogel. Bij te vroeg loslaten belandt de discus in het net van de werpkooi en bij een fractie te laat vliegt de discus buiten de sector. Je ziet dan de vijfkamper balen en reageren met een ingehouden ‘Shit’. Terwijl er vanaf de zijkant door de medeatleten bemoedigende woorden worden geroepen: ‘Jan, je hebt nog twee kansen hoor, begin eens wat rustiger met je eerste draai.’
Het discuswerpen blijft altijd een lastige technische discipline en het onderdeel vraagt dan ook om beheersing, timing en perfectie.
Het speerwerpen is voor de zware jongens wel een lastig dingetje
En dan het speerwerpen, dat blijft een lastig dingetje voor de rasechte werpers. Vele werpvijfkamper hebben de schouders van een grizzlybeer en de flexibiliteit in het schoudergewricht is er daardoor, en met het ouder worden, niet beter op geworden. Het levert steevast hilarische taferelen op; atleten die met hun beperkte souplesse proberen die kenmerkende zweepslag bij de afworp te maken. Maar de wil is er en als de speer goed wordt afgeworpen en door de lucht vliegt, is er ingehouden teleurstelling te zien wanneer de speer bij het neerkomen op de grasmat door de veldjury ongeldig wordt verklaard – omdat de speer plat op het veld landt en de jury onverbiddelijk is en de rode vlag volgt.
Humor tijdens de werpvijfkamp
Wat de werpvijfkamp zo uniek maakt is de sfeer tussen de werppogingen door. Terwijl baanatleten veelal weinig oog voor elkaar hebben en gefocust zijn op hun eigen wedstrijd, heerst er in en rond de werpring een heel andere dynamiek. Natuurlijk, er wordt gestreden om elke centimeter maar tussen de bedrijven door is het een aaneenschakeling van relativering en droge maar o zo leuke humor. Om een voorbeeld te geven. Wanneer een werper de discus volledig verkeerd raakt en de schijf met een rotgang het net in vliegt of met een trieste boog 20 meter verderop in het gras neer ploft, blijft het niet stil: ‘Mooie boog Bert, alleen jammer dat de wind niet meewerkte tijdens je worp,’ klinkt het vanuit de in de meegebrachte tuinstoelen gezeten medeatleten. Waarna Bert breed lachend het magnesium van zijn handen klopt en antwoordt: ‘Ik spaar mij voor het gewichtwerpen, dan laat ik het jullie wel zien.’
Er wordt gelachen bij deze mannen om de pijntjes, om de buikjes die soms net iets minder strak zijn dan die van de sprinters, en om de pogingen die hopeloos mislukken. Humor is hier het glijmiddel voor de spieren, het houdt de moed erin als sommige spieren en andere lichaamsdelen beginnen te protesteren na al dit fysieke geweld.
De finale, het gewichtwerpen
Het absolute hoogtepunt- of dieptepunt, afhankelijk van de staat van de onderrug, is het gewichtwerpen. Een loodzware kogel aan een korte ketting verbonden met een handvat. De ultieme uitdaging voor elke werpvijfkamper! Wanneer de vermoeidheid inmiddels duidelijk voelbaar is en de armen als lood voelen, dan zie je de ware schoonheid van de werpvijfkamp. Het maakt niet uit of je nu strijd om de winst of dat je meedoet in de achterhoede en je tracht om je persoonlijke record aan te scherpen, iedereen helpt elkaar en er is respect. De grootste concurrent staat de techniek van zijn rivaal te coachen en je hoort kreten als: ‘Blijf laag zitten, armen strekken, doordraaien Henk.’ En als Henk er vervolgens een fenomenale worp uit weet te persen zijn de felicitaties oprecht. Een stevige high-five, een klap op de imposante schouders en een welgemeend ‘Klasseworp Henk’. Dat is het mooie van de werpvijfkamp, het is een familie. Men kent elkaars opofferingen, de uren in het krachthonk, de strijd tegen het ouder wordende lijf, de pijntjes in de knieēn die bewerkt worden met een warmtezalfje of een zwachtel om de knie of elleboog tijdens de wedstrijd. Er is een diep en onvoorwaardelijk respect voor elke atleet die de cirkel instapt en durft te presteren.
De gebruikte attributen en het werpschoeisel tijdens een werpvijfkamp: 1 kogelslingeren, 2 kogelstoten, 3 discuswerpen, 4 speerwerpen, 5 gewichtwerpen
De nazit
En als het laatste werpgewicht in de grasmat ploft en de jury de laatste worpen opmeet en de meetlinten oprolt, volgt de belangrijkste discipline van de dag, de nazit! Want hoe zwaar de kogels ook waren en hoe stroef de speer ook vloog, de slingerkogels hoog in het net verdwenen en bleven hangen, of een geweldige worp net naast de werpsector in de grond sloeg, eenmaal in de kantine, met een welverdiend glas gerstenat in de hand is iedereen weer gelijk, dan worden de behaalde afstanden en puntentotalen met elkaar gedeeld en de persoonlijke records gevierd en worden de verhalen sterker en de vriendschappen voor het leven bezegeld.
En zo hoort atletiek te zijn.
1)
Limburger Jan Titulaer (78) uit Venlo, lid van AV Scopias, staat op de Nederlandse ranglijst allertijden (Bron: atletiek.nu) bij de Masters 60 op de werpvijfkamp nog steeds als 6e genoteerd met een prachtige totaalscore van 3536 punten. Jan heeft bij de mannen 60 nog steeds het nationale record gewichtwerpen in handen met de fenomenale afstand van 17 meter en 14 cm!