Circuittraining voor baanatleten
door Bert Vreeswijk
fotografie: Mark Ruwaard
Inleiding
Net als in iedere andere sport werkt elke baanatleet (*) in zijn trainingen met een bepaalde trainingsopbouw richting het wedstrijdseizoen. Die opbouw verloopt voor elke discipline in de atletiek specifiek. Zo verloopt de trainingsopbouw van werpers zoals kogelstoters, speer- en discuswerpers en kogelslingeraars weer heel anders, met andere accenten, dan voor de atleten die de spring- en hordenloopnummers of middenafstandsloop (Mila) als een specialisme beoefenen. Maar één ding hebben ze gemeen en dat is dat de trainingsopbouw in elke atletiekdiscipline verloopt in goed doordachte opeenvolgende structurele fasen (periodisering). De atletiekpraktijk heeft zonder twijfel door de jaren heen aangetoond dat het belangrijk is om naast een voortdurende gedegen technische scholing, ook de fysieke factoren zoals snelheid, coördinatie, mobiliteit, kracht, weerstands- en uithoudingsvermogen binnen de baanatletiek systematisch op te bouwen. Het is voor de clubtrainer een mooi en uitdagend maar uitermate complex proces, om al deze bovengenoemde elementen voor elke atleet op maat in de goede verhouding en met de juiste trainingsprikkels in een trainingsprogramma te gieten. Het lijkt een beetje op een goede maaltijd bereiden, waarbij je alle ingrediënten in de juiste hoeveelheden, verhoudingen en intensiteit moet toevoegen, om het beste resultaat te verkrijgen. In de atletiektraining is dat niet anders. Want ook daar geldt nog altijd de wet dat de zwakste fysieke schakels in de keten de te behalen prestaties bepalen.
Het spierstelsel